Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWEEDE VROUW.

161

Dan gingen ze met stillen tred, de laatste lichten doovend.

Hattinck sliep, toen Josien de kamer binnentrad. Ze ontkleedde zich haastig, het klagend geloei van den storm beangstigde haar. Eer ze ook hier het licht uitblies, betastte ze met de vingertoppen zijn voorhoofd. Gelukkig, het voelde koel aan, hij ademde regelmatig Morgen zou hij wel beter wezen.

Vlug schoof ze zich onder het dek, zijn rustige ademhaling kalmeerde haar. Een korte pooze lag ze stil en dacht aan niets. Maar geleidelijk, als iets dat langzaam, langzaam aan sluipt, begon de vrees haar te bekruipen. Gespannen beluisterde ze de vreemde geluiden die den nacht vervulden. Hier boven hoorde je de wind nog sterker dan beneden, hij huilde in den schoorsteen, hoei! hoei! en dan ineens leek hij weg te scheeren over de heidevelden met een geraas als het geflapper van vluchtende reuzenvlerken. Doch hij keerde weer, en opnieuw weergalmde om het huis zijn machtige stem.

Josien sloot de oogen en trachtte in te slapen.

Nu rezen, achter de donkere wanden van haar oogleden de grilligste beelden. Duidelijk zag ze voor zich het kleine kale kerkhof met de zwarte, scheefhangende kruisen, plotseling verrees daarover dan een vuurgloed als van een stad in brand En terwijl

ze ontzet de oogen opsloeg, scheen een nevelig-witte gestalte geruchtloos langs haar heen in de duisternis te vervagen.

Haar hart bonsde tot stikkens toe.

— Herman! riep ze gesmoord, hem bevend aanstootend.

Even bewoog hij in den slaap, of hij zou ontwaken, maar hij wendde zich om, en weer deunde zijn regelmatig ademhalen.

En of die enkele beweging reeds haar kalmer stemde, zoo legde Josien zich neer. De deinende melodie van het oude wiegenliedje, dat ze vanavond speelde, gonsde haar in de ooren. Daarvan had

die andere zooveel gehouden, en van alle wiegeliedjes Zeker

verlangde ze vurig een kind te hebben, zoo stond het immers ook in dien brief, nooit zou ze het kunnen verdragen dat Herman het kind van een andere vrouw in zijn armen nam.... En toch ging dat nu gebeuren. Over weinige maanden moest immers het kindje geboren worden....

Haar oogleden werden zwaar, ze sloot ze toe. Half in dommel meende ze zich in de blauwe kamer te bevinden, en voor haar

Sluiten