Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

238

POËZIE.

dan denk ik aan de zorgen, die 't leed-zwaar leven bracht;

aan 't goudelen van den morgen na menig grauwen nacht....

Ik heb met zachte zangen er 't eerst geluk verbeid

er stil mijn zoet verlangen verlachen en verschreid.

Ik won er oogst van kelken voor laatre herinnering;

ik zag veel schoons verwelken vóór dat het bloeien ging.

Ik zag er vruchten rijpen

van huiver-stil geluk al brak een niet-begrijpen

'n lieve illusie stuk.

Maar 'k heb óók aan uw voeten,

mijn grijze keizerstad, het scheepken mogen groeten

dat mijn geluk in had!

Veel liefs is er gebleven:

illusie — jonkheid — vreugd... daar ligt van heel mijn leven

't schoonste deel: mijn jeugd!

Ik heb in vreugd en rouwe

haar altijd lief gehad mijn vriendelijke, trouwe

mijn oude vaderstad!

Sluiten