Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

252

UIT DEN OORLOG.

Marius en Vervoort wilden thans de statie verlaten, maar de luitenant waarschuwde hen nog eenmaal een weinig gebiedend en zijn stem klonk wrevelig: „Gij blijft dus op het plein niet waar, en niet verder".

Ja! Ja! antwoordde Marius nog, en weinige oogenblikken later stonden zij buiten het spoorwegstation.

Vlak tegenover het gebouw ontwaarden zij een hotel tusschen wat lagere huizen en ook daar hing uit alle vensters de Belgische vlag.

„Dit is een mislukte dag", zeide Vervoort spijtig, „het is wel aardig en avontuurlijk om deze soort gevangenschap mee te maken, maar wij komen er niet verder mee. Naar Herenthals kunnen wij niet meer, mijn papieren zouden daar nog veel meer argwaan verwekken."

„Het eenige wat wij kunnen doen", antwoordde Marius, „is met den trein van halfacht naar Weelde teruggaan, en straks kunnen we in dit hotel wat eten."

Zij wandelden nu over het plein, waarover een geheel bizondere triestheid doomde, midden de leelijkheid van het grauwe station en de onaanzienlijke huizen, zelfs de felle kleuren der vlaggen konden hier geen goed doen, het was alsof ze wezen op de mistroostigheid dezer leelijke vormen en verhoudingen, de armoedige gevels met ontverfde raamkozijnen, ijzeren hekken en bonte opschriften.

Ook was een groep opgeschoten knapen, en meisjes gevormd op den hoek van het plein en de hoofdstraat waarlangs de processie ging.

Zij besloten nu binnen het hotel te gaan en wat te eten.

In de gelagkamer, tegenover het van onrustige spiegels wit blinkende buffet, waarachter een tenger welgekleed vrouwtje naast den eigenaar van het hotel stond, bleven zij nadat zij hun middagmaal besteld hadden, een korte poos voor de vensters gezeten en dronken een glas portwijn. Op een sofa tegenover den ingang van het locaal, zat een zwaar gebouwde burgerwacht hen stil te begluren. Hij had eenige Duitsche couranten voor zich op het marmeren tafeltje, en nauwelijks waren Marius en Vervoort bij het raam gezeten of hij bood hen een beduimelde „Kölnische Zeitung" aan.

Sluiten