Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

254

UIT DEN OORLOG.

waren doodgeschoten en hij vermoedde niet hoe spoedig hij zelf ondervinden zou dat de jonge vrouw niet dan waarheid had gesproken. ...

Middelerwijl had de burgerwacht, die, met beide voeten op de rustbank getrokken, het zich bij zijn bier gemakkelijk had gemaakt, hen onophoudelijk aangekeken, soms de oogen even sluitend en ze traag weder openend, als een die zich in stilte een roes gedronken heeft. Zijn bier liet hij zoo goed als onaangeroerd. Soms, terwijl Marius en Vervoort met elkander spraken, richtte hij in het Fransch het woord tot den hotelhouder, die midden zijn van bleek witte fonkelingen omlichte buffet, de armen over elkander, zich den schijn van een verfijnden heer gevend, met wat vermoeide, bleeke trekken, en een spits, roodachtig baardje om zijn magere kaken, achteloos antwoordde.

De beide vrienden werden eindelijk gewaarschuwd, het middagmaal stond voor hen gereed en het vrouwtje van den hotelhouder noodde hen een lange gang door naar de eetzaal, een opkamer, die uitzag op een nauw binnenplaatsje. Midden het vertrek stand een lange, wit laken gedekte gastentafel, onder een zwartachtig aangeslagen koperen lichtkroon. Met graagte zetten zij zich tusschen den kring van lage stoelen tegenover elkander aan den maaltijd, terwijl een klein dienstmeisje hen wijn bracht en vaardig diende, waarbij hare hakjes driftig ketsten op den plankenvloer zoodat het door de holle, trieste, armelijk gemeubelde eetzaal weerkaatste.

„Hebt gij ook bloedverwanten of vrienden in den oorlog" vraagde Vervoort het meisje terwijl zij de borden wegnam, alvorens een nieuw gerecht te dienen.

„Neen mijnheer" antwoordde het meisje, „gelukkig niet , dat moet iets verschrikkelijks zijn". En dan ging zij het trapje af, om beneden de spijzen te halen.

„Nu zult ge zien", zeide Marius, „dat het kind dadelijk wordt uitgehoord door dien wacht in de gelagkamer, zij zal moeten opbiechten wat we haar gevraagd hebben."

En zoo gebeurde het, want na eenigen tijd hoorden zij een woedende stem beneden, die telkens driftig vragen stelde, in het Fransch de eene al luider en gebiedender dan de andere.

Sluiten