Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

274

UIT DEN OOBLOG.

zij naderbij kwamen, zagen zij hoe deze soldaten woest-gebaarden als beschonkenen en hun scheldwoorden toeriepen. Niet lang daarna liepen zij tusschen hen door. Marius zag ze in een onafzienbare rij heel den langen weg in de richting van Mechelen.

In zijn troebele, vermoeide staren op zoovele verschrikkingen, hadden ook de soldaten voor hem gruwelijke vormen aangenomen. Hij had steeds de kwelling van hun beeld in zijn denken, en hier stonden zij weer dreigend langs den weg. De kleur hunner grijze, vervuilde uniformen, geheel bevlekt en slecht hersteld op de versleten plaatsen, was onophoudelijk als een weeë vervolging in zijn verbeelding, rond ieder zijner gruwelijke visioenen van geweldadigen dood waarde de grauwheid dier soldatenkleederen.

. Terwijl zij tusschen die haag van soldaten gingen, hoorde hij de onderofficieren schelden, terwijl zij dreigend gebaarden.

Marius begreep het, nu werden zij getart tot verzet, nu zouden zij tot wanhoop gedreven worden, en bij den minsten tegenstand zou er geschoten worden midden in den troep die, in radeloosheid zich omsingeld ziende, trachten zou heen te breken door de'soldaten om te vluchten door het veld; en dan zou het moorden in gindsche weiden einden.

Sinds eenige uren had hij bemerkt hoe de verstijving allengs verminderd was, hij kon zijn mond weder bewegen, hij wist dat hij wellicht weer spreken kon. En nu begon een woeste razernij in hem te groeien, hij had heel zijn uitputting vergeten schier, wellicht deden dorst en honger zijn woede nog meerderen. Zou hij wachten tot een zijner lotgenooten zich verzette? Of zou hij zelf in bittere vertwijfeling zich storten op het hatelijke, scheldende soldatenvolk, de hondsche onderofficieren?

Het schelden duurde en de troep liep door, weerloos, angstig als een kudde schapen door wild gedierte bedreigd, er ging geen klacht, geen woord uit die driehonderd menschen op, en ook Marius bleef zwijgen. Hij zag hoe een onderofficier een jongen man ruw duwde naar het midden der rij menschen waartusschen hij ging. De man, uitgeput reeds, wankelde, stortte neer op zijn knieën stond op en vervolgde zijn

Sluiten