Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

286

ARMOEDZAAIERS.

Een beetje gelijk had ze wel. Ze vergat alleen, dat een voornaam rijkelui's kind heelemaal niet mooi hoeft te wezen om gefêteerd te worden.

En de jongens....

Ieder vrindje, dat z'n huiswerk bij Kobus of Wimpie kwam maken, was in moeder Tines oogen een nooddruftige, die hulp kwam vragen aan Kobus of Wimpie.

Haar jongens waren van 1 Mei tot 29 April d.a.v. altijd de bollen van de klas. Jammer, dat er ook nog een 30ste April in den almanak bestond: de overgangsdag, die voor hen maar al te vaak niet-overgangsdag was....

Tot moeder Tines eer zij gezegd, dat zoo'n kleinigheid haar opinie niet kon schokken, en dat zei ze d'r jongens ook!

En welig wies op in de harten van de jonge Willigers het zaad van den eigenwaan, door moeder met zoo kwistige hand gestrooid.

Tenminste bij Kobusje.

„Ze gaan me niet diep genoeg, Ma!" klaagde dat diepzinnig jongmensch, telkens, als hij gekorfd thuis kwam. En dat geloofde moeder grif.

De beide anderen waren gelukkig niet zoo dom of ze begrepen, dat ze dom waren.

„Kobus is mijn kind," zei moeder Tine altijd. „De anderen zijn meer naar jou kant, Hein!" (een beetje medelijdend).

Natuurlijk geneerde ze zich voor den winkel, sprak altijd van „de zaak", op een toon, dat iemand, die niet beter wist, er reusachtige afmetingen aan moest denken.

En in den winkel helpen??

Kan je begrijpen! Welke Mevrouw verkoopt nu centsgrifjes aan kleine jongens met gootjes onder de neusjes, of gummi van een stuiver aan jongelui, die 's avonds de dochter ten dans moeten noodigen??

Haar costuum zou drie kwart van den dag ook niet geschikt zijn geweest, — hoewel dit nu eigenlijk niet haar bezwaar was. — Tot na de koffie bleef zij, de vette, vormlooze figuur, rondwaggelen in een vieze, gore ochtendjapon, de haren rondom het dikke hoofd in papillotten, als vette huisjesslakken, en wat er dan nog overbleef aan haar, opgeprikt op het achterhoofd in een piekerig bolleltje.

Sluiten