Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ARMOEDZAAIERS.

289

diploma was even goed. En toen ook een diploma tot de vrome wenschen moestblijven behooren.... wel, de jongen was er toch net zoo goed om, of-ie nou zoo'n stukje papier in den zak had of niet?

Als je in de praktijk maar goed was!

— Dus in de praktijk! —

Die werd voor Kobus gevonden in een klein drogistwinkeltje, een nietig zaakje, waar moeder Tine vroeger met geringschatting op neer gezien had. Maar nu was het:

„De apotheek van Nieuwland."

En van Kobus heette het, dat hij studeerde voor apothekersbediende.

Tot ook de apotheek hem als „hopeloos geval" opgaf.. „.

Toen was 't weer: „dat drogisterijtje in 't Hoogstraatje!"

Daarop werd een boekwinkel geprobeerd. Niet zoo'n zakie als ze zelf hadden! Bewaar me! Nee, een echte groote zaak, waaraan ook een drukkerij was verbonden.

Maar daar hield Kobus 't maar een week uit: 't zat 'm in het stampen van de machine, daar kon-ie niet tegen

— Dat zwakke hoofd was zeker een erfkwaal van zijn moeder. Op sommige dagen werd namelijk door moeder Tine den volke

verkondigd, „dat ze licht in 't hoofd was."

Dat waren geen prettige dagen, voor de huisgenooten niet, meen ik.... Moeder Tine genoot van een soort matelaarschap. —

Vader Heins zachte gemoed werd op zoo'n dag telkens doorpriemd door een kwijnend verwijtende blik uit de fletsblauwe oogen zijner ega.

„Ben je verkouden, lieve?" had hij gevraagd, den eersten keer, dat de symptonen dezer kwaal zich openbaarden.

Wat het eigenlijk wel was, is hij nooit gewaar geworden; wel, dat het geen verkoudheid was. Misschien noemde hij het in 't binnenste van z'n ziel: „slecht humeur", maar geopenbaard heeft hij dat vermoeden toch nooit.

Op zulke dagen „begreep ze haar man niet," waren alle meiden „tuig," waren zelfs de kinderen niet heelemaal zoo volmaakt als anders

Even plotseling als die kwaal opkwam, verdween ze ook weer. Heel sterk genezend werkte bijvoorbeeld een vriendelijke hoofdxi 4

Sluiten