Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ARMOEDZAAIERS.

305

Zuster Hilda, Willems vrouw, had dien middag voor bloemen gezorgd Een lieve attentie, vonden ze beiden

En van Dirk en Herman was zoo pas een taart bezorgd, als welkom Die pronkte nu op hun groote huishoudtafel. — Hoewel 't huisje zooveel kleiner was, hadden ze toch voor al hun meubels een plaatsje gevonden. De kamers stonden nu wel hot-vol, en eigenlijk paste bijvoorbeeld die groote huishoudtafel heelemaal

niet in 't poppenkamertje Maar ze hadden 'tniet over hun

hart kunnen verkrijgen om die naar den zolder te verbannen, 't Was toch de tafel van hun huishouding geweest! De kinderen waren er omheen opgegroeid

't Gas brandde kneuterig. De gordijnen waren dicht. De pendule, met ouderwets hoogen slag, tinkelde zeven. —

Op den stommeknecht de bloemen van Hilda

En over elkaar, zielig eenzaam aan die groote tafel, de beide oudjes.

Tusschen hen in de taart, stijf pronkerig met het wit-suikeren bloemstukje.

Tine keek op, toen de laatste klokslag wegtrilde in de stilte.

„Nou komt Wim van 't werk. Zou-ie daar wel een boterham krijgen nu? 't Kind krijgt anders hoofdpijn vanavond, en hij is te bleu, om 't zelf te vragen.'"

Hein dacht, dat 't heel beste, gulle menschen waren, die 't hem wel goed zouden geven.

„Jawel, maar die zevenuurs-boterham! Best mogelijk, dat die lui pas om tien uur eten!" tobde weer moeder.

— Acht uur. —

„Grut vader! 't Is Kobus' uitgangsavond. Als de jongen nou

maar niet den heelen avond op straat slentert, nou-ie nou-

ie geen ouderlijk huis meer heeft!"

Ze kon er niets aan doen, maar een dikke, heel echte traan rolde huppelend over de zwartzijden buste.

„Kom, lieve! Over Kobus hoef je waarachtig niet in te zitten! Zoo'n degelijke jongen! Het treft nu wel slecht, dat er juist

op Donderdag geen bezoek mag komen Maar ze komen toch

vast Zondag. Misschien wippen ze morgen nog wel alle drie even

xi 5

Sluiten