Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TERUGGEKOMEN

DOOE

B. Z.

Het leven ia een krijgsbanier Door goede en kwade dagen Gescheurd, gevlekt, gevallen schier, Kloekmoedig voorwaarts dragen.

Gezblle.

Langzaam gleed de trein het station binnen.

Hij zocht zijn bagage bijeen, opzettelijk bedaard en glimlachte flauwtjes, tóch even blij om het sneller kloppen van zijn hart. Maar er wachtte hem niemand, hij had den tijd aan zich.

Daar was hij nu, in zijn oude stad teruggekeerd uit Amerika. Hoe dorps leek hem dit station! En ineens zag hij weer allen die hem hadden uitgeleide gedaan, 10 jaar geleden, toen hij wegtrok: zijn moeder — die was nu al dood — zijn zusters, eenige vrienden.

Niemand nu. Zijn stemming, wat cynisme, wat onverschilligheid, goedmoedig toegestane belangstelling voor het oude dat hij weer ging zien, zijn botte stemming brak, vaagde uiteen. Dat er niemand zou zijn wist hij vooruit. De zusters had hij geschreven toch niet over te komen voor zijn thuiskomst, zich het niet moeielijk te maken om hèm. Het was dan ook geen teleurstelling wat hij voelde, meer verwondering, dat zóó het nieuwe leven daarginds gevolgd was op de jongelingsjaren, die hier voorbij waren gegaan. Zóó weinig leek hem het een opgebouwd boven het ander.

Traag liep hij het station uit.

Zijn jongelingsjaren — iets warms welde op in zijn borst; — wel, hij had ze nooit al3 zoo bijzonder gelukkig, zorgeloos mooi gezien; nu leken ze benijdenswaard door veel gebeuren, door de warm-innige manier waarop hij aan het leven deel nam, toen. Gelukkig? Ja, het leek alles geluk, zijn vele verliefdheden, die al-

Sluiten