Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

356

DE HUISBEWAARDERS.

frouw was rijk, had geen naaste familie, lag met de meeste van der overige bloedverwanten overhoop.

Het sprak haast van zelf, dat Truitje de eenige erfgename werd.

En dan het leven was hier voordeelig: alles vrij wat de kost betrof voor hun drieën en de wasch, honderd twintig gulden loon, terwijl de Juffrouw bovendien een duurdere school, dan waarop hij eerst had gegaan, voor Keesje betaalde; de deftige school van 't dorp.

Kleine Kees moest studeeren, meende de Juffrouw en als ie daartoe de begaafdheid bleek te hebben, dan wilde de Juffrouw betalen.

Nou dat alles was prachtig, meende Truitje. Zooiets overkwam niet ieder burgermensen. Dat was niet tegen te spreken. Maar

toch er kwamen telkens bezwaren, meer en meer, vooral

van Jaap's kant.

Die groote slaapkamer, door een deur met die van de Juffrouw verbonden, lits jumeaux als groote lui; hij vond 't onvrij, je kon niks zeggen, of.... en koud ook.

En dan de keuken was ook onvrij, je kon precies bij de meid van daarnaast inzien.

Bovendien hadden ze een zijkamer, maar daar zaten ze 's winters zelden.

't Was zoo 'n omslachtigheid, daar ook weer een kachel aan te maken en in de keuken bleef 't toch altijd warmer.

— Truitje.

De Juffrouw hief 't vriendelijke, oudgerimpelde gezicht met de zwakke oogen en 't witte, net-gekapte haar naar Truitje op.

— Ja juffrouw, antwoordde Truitje vriendelijk.

— Zou je deze bloemen op tafel willen zetten? Ze hief de vaas op.

Voorziohtig nam Truitje die van haar over.

— 't Staat zoo feestelijk he, zei ze tegen de twee andere dames, die toestemmend knikten.

— Hebben jullie 'tnu achter ook wel goed? fluisterde ze Truitje in.

— O zeker best, verzekerde deze.

— 'n Juweel van een vrouw, mijn Truitje, zei Juffrouw de Nijs aan tafel tegen de dames. En zoo vertrouwd Je hoort tegen-

Sluiten