Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BART BOUWERS' SCHAT.

365

zwakjes ging en telkens scheen te stokken — Dan ging hij naar de tafel, waar Nette hem koffie schonk bij z'n avendbrood.

En onderwijl hij at, de grote stukken met de koffie naar beneden spoelde, ging zij af en aan, beredderde nog dit en dat, al maar prevelende naar de man bij de tafel, hoe zij wel dacht, dat 't met Stiene stond, en wat de dominéé, die toch zo'n godvruchtig en geleerd man was, had gesproken tegen Stiene en gezegd had tegen haar, en waarom Nardus niet had kunnen komen, en dat Grada morgenvroeg er 't eerst zou wezen —

H'r kleine, gezette figuur rondde zich in h'r drukke beweeg, de korte armpjes grepen, droegen: af en toe wierp ze een loens naar h'r zwager, die maar heel niets zei —

Bart staarde strak voor zich uit in de klaarte, die de lamp wierp op de vloer, waar het zand opguldde, als was 't van goud, en hoorde niet op 't gesnap van Nette.

Eindelijk had ze alles klaar. Met de handen in de zij, bleef ze nog een wijle fluisteren, h'r gelaat rood en opgezet van drukte — dan ging ze, onhandig voorzichtigend met de deur, die maar niet sluiten wilde.

Een zucht van verlichting ontsnapte de man, toen hij alleen was met de zieke. Dat was een mens, die Nette, om je gek te maken met h'r gepraat, met h'r gedoe.

Hij schonk zich nog es koffie in, lurpte ze met lange teugen naar binnen.

Stijf leunde hij tegen de hoge rug van z'n stoel, en staarde voor zich uit — al maar denkend aan dat wonder-vreemde, dat onvermij delike, dat gebeuren ging — 't Donsde in z'n hoofd, als kon 't er niet recht tot klaarheid komen. Hij wist, dat Stiena sterven gnig, hij wist het, maar toch leek het hem zo onwezenlik, dat hij 't niet kon vatten —

Stiene, met wie hij schier een mensenleven had geleefd, zou sterven — er niet meer zijn — hij zou haar nooit meer zien, meer horen — Zij zou z'n kleren niet meer verstellen, z'n eten niet meer gereed maken —

Stiene zou hem alleen laten op z'n oude dag —

Hij kon 't niet vatten — 't was te vreemd, te ongewoon — en juist dat maakte, dat hij 't pijnlike van de dood minder voelde —

In de bedstede kwam beweging. Stiene was ontwaakt. Ze had

Sluiten