Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BAET BOUWERS' SCHAT.

369

z'n vrouw, die zodra ze hem had zien komen in de verte, zich had te doen gemaakt, met de bloemen, die vrij verwilderd voor de ramen bloeiden.

— We moeten vanavend naar Bart, zei hij kort. De kerel moet nu maar weten, wat hij wil.

— 'k Heb ook gedacht —

Hij liet haar niet uitspreken. — Hij kan hier komen en z'n spulletjes verhuren, 'k Heb d'r al een, die 't met September wel wil hebben.

— Eh?

— Brongers Jaap. 'k Was even bij hen — 'k leidde 't er zo'n beetje naar —

Samen gingen ze naar binnen. Sibrand wierp z'n tas in de hoek, veegde het zweet van z'n voorhoofd, terwijl hij zich op een stoel liet neerzakken.

Grada schonk hem koffie.

Van avend moeten we er heen. Nardus wil hem ook wel,

heb ik gemerkt. Uit pure menschlievendheid, natuurlik, lachte hij grof. Als Bart dat plaatsje niet had en dat zakje — nou!

— Hij kan z'n kost nog wel verdienen —

— Zoveel te beter, grinnikte de bode en zette de kop met een forse stoot op tafel. Zoveel te beter. Z'n geld wil hij niet beleggen, zoals ik hem zo vaak heb geraden — dan is ie 't kwijt, meent ie. — Zo'n vrek moet 't altijd bij zich hebben, zie je — en dan is dat nog de enige manier om 't potje te houden — Ik zeg — zoveel te beter!

Die avend trokken Sibrand en Grada naar Bart — en troffen er Nardus en Nette, die wel met het zelfde doel mochten gekomen zijn, aan de koffietafel.

Nette, bediende met h'r korte, driftige beweginkjes, h'r appelwangetjes gloeiden, h'r kleine, bruine oogjes straalden. Nardus zat scheef aan de tafel geleund en smakte aan z'n pijp. Z'n grauwende geite baard stekelde forsig vooruit, en als gewoonlik hing z'n pet op 't linkeroor. Z'n ietwat kromme benen had hij over elkaar geslagen en brutaal in 't vertrek vooruit gebracht.

Bart zat stil en strakjes, deed als vreemd in z'n eigen huis. Z'n strakke kop hoekte scherp op uit de schemer.

Sluiten