Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

376

BAET BOUWENS' SCHAT.

z'n ouderdom, dierbaar om het zweet, dat er aan kleefde van hem en Stiene. Dan moest hij zich bedwingen om niet uit z'n werü te lopen, thuis te gaan onderzoeken of alles nog wel zo was als 't moest zijn. Hij wist z'n huisje goed gesloten — toch —

Alleen Zaterdagsavends stak hij het licht aan, sloot zorgvuldig de luiken van z'n kamer, deed de haak op de deur — 't kistje kwam dan te voorschijn.

Met een klein sleuteltje, dat aan een riempje op z'n borst hing, deed hij 't slotje open, legde het loon van de week bij 't andere geld.

Lang kon hij dan staren op dat zilver, dat goud, dat netjes aan rollen geschikt lag te glinsteren, te gloeien in 't schijnsel van de lamp. Dan streelden z'n handen de blanke schijven, ritselden z'n grove vingers langs 't papier, dat ter zijde tegen 't hout gestoken zat. Z'n ogen stonden in glorie en luideloos prevelde z'n mond.

Soms nam hij rol na rol, telde op de tafel de stukken uit, lief koosde met band en blik de glinsterende stukken metaal. Lang kon hij staren dan op z'n bezit in dromen verloren, tot met een zucht het reëele bestaan terugkeerde, z'n handen luideloos de schijven zamelden en weer ter ruste legden in 't zwarte, houten kistje.

's Zondags miste hij Stiena 't meest. Dan was het huis hem zo doods en verlaten, zo vreemd en ongewoon. Onder 't bereiden van z'n spijs en drank, 't schoonhouden van z'n vertrek, ontsnapte hem menig zucht, sloop menig traan langs z'n verweerde wangen in z'n baard. Dan kan hij 't soms betreuren, dat hij niet was ingegaan op 't aanbod van Nardus of van Sibrand — dan zou hij niet zo alleen zijn, dan had hij aanspraak gehad, benauwde hem niet de eenzaamheid zonder Stiena.

Maar z'n geld, z'n kistje! Veilig stond het hier verborgen op de plaats van jaren her. Zou hij daar een plaats hebben kunnen vinden om het te onttrekken aan de hebzuchtige vingers van z'n familie?

Zou hij een ogenblik rust gehad hebben bij z'n werk als hij kon denken, dat vreemde handen wroetten in zijn geld?

Zou men hem 't leven niet meer dan zuur maken om te profiteren van wat hij zich zo zorgzaam had vergaard?

Nee, Stiena had op h'r doodsbed hem wel het beste geraden.

Sluiten