Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BAET BOUWERS' SCHAT.

395

tend, dan weer bemoedigend; en allen voelden ze maar al te wel, dat er niets verkiesliker is, dan een zeker bezit.

X.

Bart Bouwers lag nu al over zes weken in het ziekenhuis.

De beenbreuk was niet het ergste kwetsuur, dat hij bij z'n val had opgelopen; veel belangrijker waren de kneusingen aan hoofd en borst.

Een paar dagen had hij tussen leven en dood gedobberd, maar langzaam aan had z'n gezond gestel gezegevierd en was beterschap ingetreden. Nog een paar weken, en hij zou zo goed als hersteld het ziekenhuis kunnen verlaten — alleen, de oude stoere Bart zou hij nooit meer zijn. Zwaar werk bleef hem voor altijd verboden.

Bart glimlachte, toen hij het vernam. Dan zou hij maar gaan rentenieren. En genoegelik staarde hij naar het Maartzonnetje, dat vrolik-glundere vlokjes strooide op z'n sponde.

Toch kwam er iets schrijnen in z'n gemoed, als hij dacht hoe hij jaar op jaar, een mensenleven lang, op deze tijd te velde trok, om het te bereiden voor de bouw. Hij herinnerde zich de malse lucht, de geurende dampen, die opstegen, waar hij de akker opensloeg.

Dat zou hij nooit meer mogen doen.

En maaien mocht hij niet meer, en — wieden ja, dat wel, maar wieden was kinderwerk of goed voor vrouwen.

Een traan rolde langs z'n wangen — ja hij zou veel, heel veel missen — hij zou onbruikbaar zijn voor altijd. Wat kon zo'n kruppel nog beginnen? Hoe zou hij de dag verdrijven?

0, maar hij kon mandjes vlechten en bijenkorven, bezems kon hij maken — dat was toch iets.

En dan, waarom zou hij treuren? Z'n plan was altijd om te rentenieren gaan. Hij had z'n kistje — gebrek hoefde hij nooit te lijden, hij zou z'n familie niet tot last behoeven te zijn, of z'n laatste dagen in 't armhuis moeten slijten.

Dat kistje!

Hele dagen kon hij er aan denken — of 't wel veilig stond. Dan lag hij zich bang te maken, dat men 't hem had afgenomen, en dat hij straks bedelen moest. Dikwijls droomde hij er van, en

Sluiten