Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BART BOUWERS' SCHAT.

399

Bart lag, achter over gevallen, roerloos met z'n hoofd op de Btenen. —

Zo vonden hem de Bemmers, toen ze terugkeerden van het land.

De een zag op de ander met vreemde, wildstarende ogen. — _ Naar Nardus en Sibrand, heeste Biek, en wijl h'r man de

deur uitschoot, sloot zij het kistje en zette het op z'n oude plaatsje

onder het bed.

XI.

Bart Bouwers lag dood. De inderhaast toegeschoten familie had het aanstonds gezien, en de dokter kon het slechts bevestigen. De val zou z'n einde veroorzaakt hebben, gevoegd dan bij de te groote vermoeieinissen van de reis.

— Zo is hij dan thuis gekomen om te sterven, snikte Nette, onderwijl de mannen het lijk opnamen en te bedde brachten.

— 't Is een geval, 't is een geval, prevelde Grada, en drukte de punten van h'r schort zich in 't gezicht. Onderwijl gingen h'r blikken spiedend omme of ze wellicht zou kunnen ontdekken, waar Barts geld verstoken lag.

De mannen weken terug van 't bed. Voor de zoveelste maal vertelden de Bemmers, hoe ze thuis kwamen, hoe ze bemerkten, dat de deur open was, hoe ze eerst nergens gedachten op hadden, en hoe ze eindelik Bouwers hadden gevonden.

Nardus trok aan z'n geitebaard. Ja, Ja, was alles, wat hij kon uitbrengen en bij deze gelegenheid had hij de pet afgenomen.

Sibrand, die zich de man achtte van het ogenblik, besprak met de Bemmers, wat er nu gedaan diende, en stelde voor, het vertrek, waarin toch al de goederen, die aan Bart behoorden, stonden, te verzegelen — zo, dat alles zou blijven als het was, en er later geen onenigheid zou kunnen ontstaan.

Aanstonds begon hij een paar gaatjes te boren in deur en kozijn, wurmde daardoor een touwtje, Grada was naar huis gegaan om lak en de stempel - een wonder-gedreven knoop, die Sibrand als zodanig benoemde - en weldra was het werk klaar.

Sluiten