Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

400

BART BOUWEES' SCHAT.

— Ben slot is beter, zei Nardus —zo'n Amerikaans —

— Och wat, meende de postbode, Je trekt een kram uit en alles is in orde, zo'n ding duw je er zo weer in. Wie doet je wat ?

— En dat, viel Nette uit, die niet kon hebben, dat Sibrand Nardus zo afhield — dat lijkt naar niks, dat trekt een kind kapot.

— Maar 't is niet meer te maken.

Nette haalde de schouders op. Ze vond het lang niet zeker genoeg, en om niet aanstonds aan het twisten te geraken, moest Sibrand wel toelaten, dat Nardus z'n slot aan de deur hing.

Toen de familie vertrokken was, zagen de Bemmers mekaar aan, en 't was duidelik, dat de onrust hen kwelde, of ze wel verstandig hadden gedaan, het geld in Barts kamer te laten.

— Jij wou 't zo, steunde de man.

— En als jij 't beter wist, waarom zei je dan niks? gaf Biek beledigd terug.

— Jij zei —

— En jij zei niks!

Woord viel over woord, en 't gaf een heel krakeel. Het was de eerste twist na hun trouw.

XII.

Nauw was het lijk van Bart Bouwers aan de aarde toevertrouwd nauw haddden de genodigden de deur van het sterfhuis achter zich gesloten, of de familie maakte zich gereed voor een onderzoek naar de eigendommen van de overledene

Nette had aanstonds Stienes kabinet geopend en met Grada het linnen op de tafel geladen. Dat zochten ze niet — wat anders.

Boven stond Stienes goud en zilver, lagen Barts zilver-tabaksdoos en sigarenpijp. De doos werd Sibrand toegewezen, de sigarenpijp aan Nardus, die zich voornam hem Boel present te doen, als hij bij het aannemen het „Ja ik, van ganser harte" door de kerk kon laten galmen, zoals het de zoon van een welmenend kerkeraadslid betaamt. De vrouwen ontfermden over Stiena's bezit. Dat ging alles heel vlug, het eigelike, het grote, dat moest nog volgen.

Sluiten