Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BART BOUWEBS' SCHAT.

419

Die luitjes wilden zeker hun geluk es beproeven. Nee voor hen was het geld, en zij zouden het vinden ook!

Alleen ze vonden het niet, en al twee jaren stond het huisje leeg.

Toen deed zich weer een koper op, een bloemist. Aanvankelijk scheen de familie nog niet genegen, maar toen er een flinke prijs bedongen kon worden, deed ze toch maar de bezitting van de hand, waar zulke wrange herinneringen aan verbonden waren.

't Gebouwtje werd gesloopt, een modern huis werd opgetrokken, en de bloemist kweekte z'n bloemen, waar Bart aardappelen en rogge oogstte.

En de schat?

Bemmers was eens op het dorp geweest en bij een fhnk glas onversneden had hij verklaard, dat z'n achtste kind een jonge geit mocht wezen, als Nardus en z'n familie geen ezels waren, loos genoeg om de senten te zoeken, waar ze niet lagen.

En de bloemist had eens gezegd, dat het land van Bart hem meer opbracht, dan hij ooit had kunnen hopen.

Nu was Bemmers een verlopen kerel, die z'n vrouw sloeg en al lang aan lager wal was, maar de bloemist scheen wel te varen.

Sedert de familie z'n woorden ter ore waren gekomen, hadden ze een stille wrok tegen de man, want was het niet duidelik nu, dat hij had gevonden, wat zij zo lang vruchteloos hadden gezocht?

Sluiten