Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EL DORADO.

439

„Wij naar Holland! Zou 't gaan — financieel bedoel ik — laat me eens even denken — o, die beroerde koppijn —" „Niet wij, maar jij alleen, Janneman. Ik blijf achter." „Jij blijft achter?"

Zij glimlachte hem toe, maar haar oogen glinsterden verdacht. Het zou een lange scheiding zijn.

„Zeker. Je weet er immers alles van, Percy." Zij noemden elkaar nu bijna altijd zoo.

„Lak!" stoof hij op. „Je bent nu toch een paar jaar getrouwd

met me —"

De telefoon riep haar weg.

Hij zette zich aan zijn bureau en ging aan het rekenen. Het spaarduitje was net genoeg voor twee retours eerste klasse naar Europa. Hij zat nog op zijn potlood te knabbelen toen zij terug kwam.

„Een belletje van de Terbrachts of je goed was gearriveerd. Ze begrijpen niets van je hals over kop weggaan." Er kwam een vreemde trek om zijn mond. „Wie was aan de telefoon?" „Wera." „O."

„Wat is er Percy? Heb je ruzie gehad met Wera?" Hij zag haar even snel aan, en lachte kort. „Euzie! Wel nee. Was 't maar waar," mompelde hij er binnenmonds bij.

Zijn vrouw zag hem met wijdopen, starre oogen aan.

„Marguerite Blakeney — mijn vrouw — kijk me niet zoo aan —"t is alsof — Mijn Dorado toch —" hij kuste haar heftig.

„Om nog eens op die zeereis terug te komen," beheerschte hij zich eindelijk.

Zij zag zijn berekening en lachte.

„Dat dacht ik wel, Percy. En denk eens, hoe kan ik hier feitelijk vandaan, dan ben ik immers mijn lessen kwijt —" Die onze broodwinning zijn," zeide hij bitter.

"jongen, praat niet zoo! Wat zou ik niet alles voor jou, voor jou doen, die voor mij zulke offers hebt gebracht. Heb je niet zelf gezegd, voordat we trouwden: we moeten allebei offers brengen? Mij valt niets zwaar, niets, als het voor jou is. En nu maak je

Sluiten