Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

444

EL DORADO.

Zijn gezondheid begon er onder te lijden. Zelfs zijn vroeger zoo onverstoorbaar humeur. Eéns ontviel hem de bittere klacht dat hij zijn vaders raad maar niet had opgevolgd.

Het was Sara of ze een messteek kreeg. Ook had hij dien uitval niet goed gemaakt. Liefkoozingen tusschen hen kwamen nu trouwens sporadisch voor. Zij gingen om als goede kameraden.

Zij voelde dat ze bergaf ging. Maar ze zong, zong, krampachtig, haar goddelijk mooi geluid uit, verdooven wülende haar leed. Als die blinde vink.

Jan en Wera hielden correspondentie. Sara las al hun brieven, er was in Jan geen bedrog. Ongemerkt sloop in hun toon een teederder accent, vooral van den kant van het meisje. Sara als vrouw las tusschen de regels door.

En begreep.

Zij had een zwaren strijd te voeren. Want zij had hem lief, al was het niet meer op de wijze van Embong Woengoe en Merdikalama. En ze waren zoo gelukkig geweest, Percy en Marguerite Blakeney in hun Dorado. Zij had ook zoo hard voor hem gewerkt. En hij voor haar offers gebracht.

En zij voelde dat ook dit goudland geen blijvend was. El Dorado — Het was gedaan.

Op een morgen las zij op haar kalenderblad:

With all my heart then, let us part, Since both are anxious to be free, And Iwill send you back your heart And you will send mine back to me. We've had some happy hours together, But joy must of ten change its wing, And spring would be but gloomy weather If we had nothing else but spring.

Het was de 3e November. Hun trouwdag. Hij had er niet aan gedacht, voor het eerst na vijf jaren. Hij was dien heelen dag uit.

En na een nacht van veel heimelijk schreien om Jan niet wakker te maken, die in zijn onrustige droomen eenige malen den naam van Wera had gepreveld, schreef ze den anderen morgen na het ontbijt met de mail.

Sluiten