Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE MELKMEID.

469

Achter de wagenloods zag ze aan den kant van de sloot een grooten kuil, met fijn gras begroeid, waartusschen duizenden welriekende viooltjes blauw spikkelden, in de lucht haar zoete geuren verspreidend. En over de sloothelling heen breidde zich de polder uit, een groote vlakte met kleurige bouwblokken, kleine boomgroepjes hier en daar en de menschjes daarop verspreid ploeterend als poppetjes, een paar witte paarden voor een ploeg als echt kinderspeelgoed, gestuurd door een ventje als klein duimpje.

Ze haalde een bos stroo uit de loods en wierp dien in den kuil om er zich op neer te zetten; maar dat was haar niet gemakkelijk genoeg en den band ontknoopend, spreidde ze het stroo uit en wierp er zich languit op neer, de armen onder het hoofd en de beenen rechtuit.

Zachtjes aan sloot ze de oogen, half insluimerend. En op het punt geheel in te slapen, voelde ze zich met twee handen in de zijden grijpen, zoodat ze met een sprong overeind schoot. Het was Nol, een groote knappe Eries met blank vel en wit haar, die haar allang naliep. Hij werkte op de mestvaalt en had haar zich in den kuil zien uitstrekken, waarop hij met ingehouden adem en sluipend als een kat naar haar toegeslopen was.

Hij trachtte zijn armen om haar hals te slaan, maar ze kletste hem in het gezicht en duwde hem van zich af, even sterk als hij. Hij wist niet beter te doen, dan zich kalm te houden, en zette zich naast haar neer. Ze maakten een praatje over het mooie weer en de goede vooruitzichten voor den oogst, over den boer, die wel een goeie baas was, over de buren, over hun dorpje met al de herinneringen, die nu ineens opdoken. Wat waren ze allang niet in hun dorpje geweest en misschien zouën ze er nooit meer terugkomen. Ze werd aangedaan, terwijl ze er over sprak en Nol schoof wat dichter tegen haar aan.

„Wat is het lang geleden, dat ik m'n moeder gezien heb," zuchtte ze. ,,'t Is wel akelig, als je zoo moeilijk weg kan...."

Ze staarde over de poldervlakte heen, over den vaag te onderscheiden dijk naar de torenspitsjes daarachter en nog verder in haar gedachten, nog veel verder naar het Utrechtsche....

Ineens werd het hem te machtig en sloeg hij zijn arm als een ijzeren juk om haar hals en trachte haar te kussen. Maar ge-

Sluiten