Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LATE LIEFDE.

^Alwéér mis," gromde Trien in zichzelf toen ze, buiten 't dorp gekomen, met lange vamen door de groene berm begon te stappen — daar sleten haar zolen niet zoo vlug als op den harden grintweg.

Alweer mis en nou had ze er zóó vast op gerekend dat het nu eindelijk, den vierden keer dat ze de kans kreeg om te trouwen, wel lukken zou. Maar 't scheen niet te gaan voor haar — 't kwam allemaal van dat groote, onbehouwen lichaam. Daarvoor kregen de mannen steeds zoo'n schrik, dat er nooit een 't met haar zou wagen.

Toen ze vijftien was en als jongste meid bij een boer in den Oostpolder woonde, had ze voor 't eerst een jongen genomen en een jaar lang ging alles heel goed. Maar met-haar zeventiende jaar was die akelige groei over haar gekomen en toen die jongen gezien had, dat zij steeds maar grooter en breeder en zwaarder werd en hem heelemaal boven 't hoofd groeide, had hij er een einde aan gemaakt — als hij ooit eens trouwde, vertelde hij aan zijn kameraden, wilde hij niet met een paard maar met een meisje trouwen.

Trien vond het beroerd, ze hield echt van den jongen met wien ze twee jaar lang alle kermissen uit de buurt trouw had bezocht. Maar ze was jong en gezond en sterk — na een jaar had ze zich door haar verdriet heen gewerkt, kon ze weer zingen en lachen en pret maken. Alleen haar groote lichaam hinderde haar, hinderde haar zóó geducht in 't laatsf, dat ze besloot om de eenzaamheid van den polder te zoeken toen daar, aan den voet van den zeedijk, ver van alle andere menschen, tegen haar vierentwintigste jaar een huisje leeg kwam. Daar kon ze een rustig, vergeten bestaan vinden, zonder dat ze eiken dag opnieuw spottende opmerkingen behoefde aan te hooren over haar lompe figuur en haar onbehouwen manieren.

Al trachtte ze zich van den eersten dag dat ze daar in de eenzaamheid van den vlakken, wijden polder woonde, vertrouwd te maken met de gedachte dat zij heelemaal alleen haar levensweg ten einde moest gaan, toch bleef ze in stilte hopen dat, ondanks den grooten afstand waarop zij van andere menschen woonde, opnieuw den een of anderen dag zich een huwelijkskans mocht opdoen. Vier jaar lang hoopte ze tevergeefs. Toen, op

Sluiten