Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KARAVANSERAI.

Europeesche vrouw willen worden. Haar vader vond het goed, maar moeder niet.... Van Arkel luisterde ingespannen en vergat alle gevaar. Zoo graag had hij haar iets heel liefs gezegd, dankbaar dat ze Hollandsch sprak en zooveel goeds van de Hol-

landsche menschen zei Hij giste naar haar leeftijd — was

ze twintig of veertig? Zoo'n porceleinen vrouwtje verandert misschien niet met de jaren.

Daar kwamen de heeren terug, de tijger was doodgeschoten; een oud-soldaat van de pradjoerits *) had hem getroffen en onder gejuich was het beest afgemaakt. — „Ziezoo," zei Both, „dat spaart een kambing uit, Zonneschijntje!" - Zoo noemde hij het mevrouwtje: Zonneschijntje, een vertaling van haar Chineeschen naam. De heeren waren opgewonden, evenals de bedienden — die zich echter inhielden.

Nu aan tafel; — alleraardigst waren de waardigheid en de elegantie waarmee Zonneschijntje de honneurs waarnam en deed waarnemen. - „Ik eet," zei Both tegen Sing, „bij jou altijd meer dan bij een ander: dat komt door je vrouw; 't loopt er nogeens op uit dat ik in haar bijt." - Zonneschijntje kende hem heel goed en antwoordde lachend: — „Goeie meneer Both heeft niet zulke scherpe tanden meer — bedenk, ik al 38!"

Toch porcelein! dacht van Arkel; maar Both zei: — „Sing,

je wijn is niet lekker vanavond " — „Angoer poef!" beval

de Chinees en de bedienden droegen champagne aan: Zonneschijntje had ze bijtijdsin het ijs gezet, en zei heel lief: — „Carte blanche, meneer Both — goeie merk, ja?"

Both nam zijn glas in de hand en hield een toast op Zonneschijntje, op haar man, op den tijger, op van Elk, en sprak opeens, in een heel vreemd verband heel innig over zijn overleden dochter - en eindigde, nadat hij de vastheid van stem weer herwonnen had met een kwinkslag op van Arkel, die zoo goed was geweest voor de kinderen van zijn dochter, Zonneschijntjes vriendin.

Zonneschijntje was aangedaan, zei wat moe te zijn van de spanning, — door dien tijger, weet je! — en verzocht aan het dessert te mogen opstaan, Both kuste haar goeden nacht: — „Slaap lekker, kind, droom ook een beetje van den ouden Both,

1) Inlandsch soldaat.

Sluiten