Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KARAVANSERAI.

van goud, doorbloed met karmijn, wegzonk achter de heuvels.

Niemand keerde naar het sterfhuis terug dan de naaste bloedverwanten en van Arkel, die tot zeer laat bleef; alleen de heer Dürsfeldt was toen met hem nog in het sterfhuis. Mevrouw Both, die eerst lang en luide geschreid en gejammerd had, aangewakkerd door het koor van haar jammerende vriendinnen, was na hun vertrek weer heel kalm geworden en kwam nu meedeelen, dat Adolfien bij haar blijven moest tot haar huwelijk, — dat had ze zoo in stilte overlegd. — „Ik had nog graag eens 't een en ander met meneer van Arkel besproken," zei Dürsfeldt, „maar dat kan ook later wel. Zeker zou ik in strijd handelen met den liefsten wensch van den overledene, als ik bezwaar maakte tegen het voornemen van de jongelui, — dat wil ik thans wel zeggen. Dus, kinderen, al acht ik het gepast de openlijke verloving uit eerbied voor onzen betreurden zwager wat te verschuiven, op mijn toestemming kun jullie rekenen."

Eerbied voor den doode, wiens wensch van Arkel een heilig bevel achtte, overheerschte ook in zijn gemoed; dat trouw na te komen leek hem plicht en hij wist alle aandoeningen van angst, die hem beslopen, te bezweren. Hij dankte Dürsfeldt, omarmde Adolfien en kuste ze

Maar toen hij een uur later op zijn kamer alleen was, gevoelde hij zich beklemd als een veroordeelde die bij het dichtslaan der gevangenispoort de mooie wereld ziet verdwijnen; — dan zwijgt elk gerucht van buiten en het diepste Zelf krijgt richtend stem. De verloving drukte van Arkel plotseling als een schuld, in de eerste plaats tegenover zichzelf: hij was zwakkeling geworden, had niet meer durven gelooven aan zijn idealen, die hem van binnen uit voorgezegd waren en had al overleggend en schipperend het oor geleend aan wat hem voorgehouden werd van buiten — hij had gezwegen en was gevangen. Zijn beste oude Both was heengegaan in hem geloovend, diens goeie vrouw vertrouwde op hem en Adolfien had hem haar geluk toegefluisterd; — nu restte hem niets dan de taak te volbrengen als een strengen plicht en zijn benauwenden angst te verbergen onder een lach — zich daarin een nieuw ideaal te scheppen. Zijn paradijs scheurde los van de aarde, zweefde omhoog en hij durfde er niet meer naar opzien — hij moest zich kleeden en zijn schamelheid bedekken.

Sluiten