Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN HAAT, DIK BRAK.

oogen verloor, heeft den dienst met pensioen verlaten: en zal met het s.s. Vondel naar Holland terug keeren."

Lize is nog bleeker geworden. Nog begrijpt zij niet goed. Hardop leest ze nu, met haperende stem, terwijl de courant ritselt in haar bevende handen: „De tweede luitenant B. Bloemen, die

onlangs, door een noodlottig van een zijner manschappen,..

het licht uit beide oogen...."

„Ach God, Bertie, Bertie!" barst zij dan, hartstochtelijk snikkend, uit: „Je oogen, jouw mooie, lieve oogen! Weg, weg! O, God, Bertie, lieveling, ik hou zoo van je! Ik hou zoo onnoemelijk veel van je!"....

LEED

DOOR

CATO KOPEEBERG.

Met beide handen tot vuisten gebald onder het hoofd, de ellebogen op de tafel geleund, zat Eiekje te lezen. Het heldere gaslicht, een weinig door de zacht roze lampekap getemperd, vermooide de tint van haar fijn bleek gezichtje.

Haar donkere uitdrukkingsvolle oogen lazen de woorden, zonder dat haar geest iets van het gelezene tot zich nam.

Mooi waren die oogen, het eenige mooie aan haar; want Eiekje was zeer leelijk en abnormaal gebouwd. Zij had een bochel.

Deze tekortkoming in haar uiterlijk had in de veertien levensjaren, welke thans achter haar lagen, zeer zelden haar aandacht gevraagd. Als kind van zeer gefortuneerde ouders, had het haar aan niets ontbroken. Wel kwam het een enkele maal voor, dat zij, in 't speelkwartier, niet met alle spelletjes mee kon doen; doch het had haar weinig gedeerd, daar meestal een of ander vriendinnetje zich dan opofferde en haar gezelschap hield. Dat dit een opoffering kon zijn, was nooit in haar opgekomen; immers van af haar prilste jeugd was Riekje gewend door ieder, 't meest door vader en moeder, naar de oogen gekeken te wor-

Sluiten