Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KRONIEK.

N°. 1 en 2 waren Beatrijs en Esmoreyt; daarna een paar modernen, 8 Zeldenthuis 4 en 5 Joannes Beddingius en als nummer 6 eene kleine bloemlezing uit Hoofts Lyriek, met inleiding van E. J. Spitz. v. L.

Marie Metz -Koning, De Bannenburgh, twee deelen. Uitgave van L. J. Veen te Amsterdam.

Mevr. Metz-Koning heeft het niet versmaad, in haren roman, — toch van belangwekkende psychologische ontleding — alle mogelijke sensatie-elementen optenemen. Het begint met een moord a la Sherlock Holmes; in den tuin wordt 's nachts geharkt a la Maeterlinck; een portret beweegt de lippen a la Dorian Grey; er is een beeldschoone zangeres met phosphoresceerend rood haar en goudgroene oogen, die eigenlijk een perverse Lesbische is; de tafel danst lustig het woord „wreken"; niet alleen de mevrouw, maar ook de lakei ziet visioenen; de geesten van vermoorden en moordenaressen rijzen om een haverklap uit alle hoeken omhoog; er zijn torentrappen en geheime gangen waar griezelige gedierten rondkruipen; uit de kasteelputten worden kindergeraamten opgehaald; eindelijk komt de officieele theosophie, het rozenkruis, ten slotte ook het huiselijk occultisme van somnambules en clair-

voyanten, de ziener van Scheveningen , het is een heerlijke

spookroman. Eigenlijk zijn Mevr. Metz' goede stijl en goede naam eraan verkwist; zonder deze zou hij misschien nog eer zijn eigenlijk publiek vinden; wie „das Gruseln lemen" wil, kan geen betere lectuur kiezen. v- IJ*

Sluiten