Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JAN.

Zwitsersch berglandschap hadden haar geen genezing gebracht. Nu reisde ik dezen winter met haar naar de Biviera, waarvan ik, met mijn onuitroeibaar optimisme, wonderen verwacht. Nice deed haar al goed, maar aan het mondaine leven kan ze geen deel nemen, en mij trekt het niet aan. Menton, waar we sinds gisteren zijn, is rustiger, eenvoudiger en als zij aan blijft sterken en zich bewegen wil, zijn de mooie wandelingen hier het dichtst bij. Hedenmorgen heb ik haar ligstoel onder de palmen gezet. Ze heeft een boek bij zich maar ze leest niet; ze leest eigenlijk nooit. Oogenschijnlijk kijkt ze rond, maar ik betwijfel soms dat ze iets ziet. Ik vertel haar uit de courant of van 't geen ik in onze omgeving opmerk. Luistert ze?

Toen ik zoo even door de ontbijtzaal ging, zat daar, heel alleen, een blonde jongen, dien ik voor den zwemmer van gisteren hield, hoewel hij erg klein leek in die groote zaal. Met smaak kraakte hij de kei-harde broodjes bij zijn chocolade, terwijl de ober een praatje met hem kwam maken, van weerskanten in hoflijk Fransch. Hoe hij heette vroeg ik den bediende in de hall.

„Jan; bij wien hij hoort zou ik U echter niet kunnen zeggen, hij is haast altijd alleen, ook aan tafel, maar hij praat met iedereen, zoo in 't voorbijgaan. Hij heeft hier al wat streken uitgehaald, eiken dag een andere! daar zou de portier U van kunnen vertellen" eindigde hij in bet gehoor van dezen.

Die lachte slechts en zei in 't minst niet haatdragend, „hij is niet kwaad, alleen maar wat speelsch."

Me dunkt, de nabuurschap van „Hollandsche Jan" kon nog wel eens moeilijkheden opleveren en hoeveel ik ook van kinderen houd, besloot ik, om de rust van Paula, een eventueele kennismaking liever te vermijden, althans niet aan te moedigen. En terwijl die gedachte mij door 't hoofd gaat, schrik ik van een harden slag achter mij en vliegt Jan, uit de deur der ontbijtzaal langs mij heen, op den portier toe, schudt hem met groote hartelijkheid de hand en vraagt: „bonjour monsieur Bernard, vous n'êtes pas enrhumé? non, vous êtes comme toujours, je suis content."

Zijn hartveroverende blauwe oogen kijken zoo onschuldig vroolijk, de klank van de kinderstem is zoo welluidend dat zelfs

Sluiten