Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JAN.

Ze waren mooi, de landschappen van de Eiviera en hij vertelde ons van 't geen we nog niet gezien hadden aan den Italiaanschen kant; van de palmen van Bordighera en Ospedaletti en de nauwe donkere straatjes van San Eemo.

Zou zijn vader hem daar ook steeds alleen gelaten hebben? vroeg ik me zelf af.

't Was alsof Jan mijn gedachte ried, want hij vervolgde: „In een meer fatsoenlijke buurt zat vader mij altijd op te wachten en hij beweerde dan, dat ik naar kloflook en sinaasappelen rook en toen heeft hij me een flesch „violettes de San Eemo" gekocht en heb ik acht dagen geroken als een bloembed, dat de menschen er van omkeken op de straat."

Paula lachte hardop en vroeg „wat hadt je er dan mee gedaan ?" „Wel, ik heb haar over mijn hoofd omgekeerd, maar dat goed schijnt daar bizonder sterk te zijn, hoorde ik later en ik voelde het ook, want bet prikte geducht."

„Jij bent nog eens beroemde odeur waard" plaagde ik en toen schoof hij mij kaarten van Ventimiglia voor, met het fort hoog op den berg en het verrassend gezicht op de zee, waaruit de grillige steenzuilen oprijzen als vloeiend zilver en opeens kwam daar een kaart met de roulette van Monte Carlo en een gehangene, met den tong uit den mond, aan den anderen kant.

„Hè Jan, hoe verzin je het om zoo'n griezelige kaart te koopen!" riep ik uit. Hij lachte ietwat verlegen en zei haastig „en hier heb je Albert op zijn geldzakken," pakte toen alles snel bijeen en vertelde hoe hij met het fransche kindje en haar ouders in een auto naar Nice geweest was, over de „grande Corniche". Als je daar boven was, zoo heel hoog, en de bergen, de steden, de zee in den zonneschijn beneden je zag en nog aldoor steeg — dan kreeg je een gevoel of je eindelijk in den hemel zou komen; maar," voegde hij er bij terwijl hij Paula peinzend aanzag, „het speet me dat U er niet bij was." ,

Een gloed van pleizier trok over Paula's wangen. „Binnenkort zullen wij ook een gezamenlijken tocht maken nietwaar?" stelde ze voor.

„Prettig," zei Jan en vroeg of we al eens op den toren bij Grimaldi geweest waren en tot Paula, „zoover kunt U wel loopen van af de tram, het is vlak bij mijn rots.

Sluiten