Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JAN.

aan altijd met geld te spelen?" roept bij eindelijk wanhopend uit „en hoe moet het als je alles verliest?"

„Ik kan ook winnen"

„Bah! net als Albert"

„Och bemoei je er niet mee," je bent nog te klein om alles te begrijpen.

„Vader, ik heb ze toch gezien, de kaarten...." zegt Jan nog zacht.

„Welke kaarten?"

„U weet wel, die met den tong uit den mond...."

„Jongen, je zeurt."

„Zal je dan nooit zoo doen ?"

„Ik wou dat ik je nooit iets verteld had f,n anderen ook niet. Ik heb immers nog geld en als de menschen alles verliezen betaalt de bank nog heel netjes hun logies tot ze weer geld ontvangen of de terugkeer naar hun land als ze het niet krijgen."

„Dus we kunnen in elk geval terug?"

„Wat maak je je toch bespottelijk bezorgd! je lijkt wel een oude tante."

Jan zwijgt een poos, ziet dan weer het verrallen, ongelukkige gezicht van zijn vader en is niet gerust.

„Heb jij wel eens wat aan die dames gegeven als je won?" vraagt hij opeens peinzend. Van Overaert spert zijn oogen wijd open. „God allemachtig! dat kind merkt veel te veel op, het deugt hier niet voor hem, hij moet terug en bij — ja voor bem zelf deugt bet hier ook niet, maar hij wilde zoo gaarne nog wat herwinnen! Hij heeft te veel verspeeld, zijn gemakkelijke levenswijze thuis, de opvoeding en de toekomst van zijn eenig kind — en plotseling schrijnt hem dat besef zóó hevig dat hij op een stoel aan tafel neervalt en het hoofd in beide handen grijpend snikt en kreunt als Jan eenige avonden geleden.

Dat heeft Jan nog nooit van hem gezien sinds moeders dood. Hij staat ontzet en weet niet te troosten, want hij begrijpt niet en hij is bang weer voor „oude tante" uitgemaakt te worden, Hij haalt een glas water en houdt het aarzelend voor. Van Overaert drinkt en Jan ziet zulke diep bedroefde oogen, dat hij niet laten kan om zachtjes ie vragen: Kan ik je in 't geheel niet helpen?".

Sluiten