Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JAN.

„Laat ons in de hall gaan zitten?" stelt Sidonie voor. Jan steekt zijn arm door dien van Paula, ze gaan een damspel doen.

„U hoeft om ons uw cigaar niet achterwege te laten" zegt ze, in 't gaan naar hem omziende en weer treft de bevalligheid van die beweging zijn oog.

„Kookt U misschien zelf?" Zij en Sidonie danken lachend maar Jan krijgt een kleur van pleizier, als zijn vader hem de cigarettenkoker voorhoudt. Hij springt op om lucifers aan te geven.

„Nu, dat is ook niet voor den eersten keer" plaagt Sidonie als de blauwe rookspiralen wegdwarrelen.

„Neen, we doen wel eens meer van die stoutigheidjes samen nietwaar?" zegt Overaert sympathiek tegen Jan.

Hoe lachen hun oogen nu in elkaar! zóó zijn ze vader en zoon, zóó gelijken ze elkander en schijnen van Overaert's zorgen een wijl vergeten.

0, als Monte hem morgen maar niet meer lokte! Als hij en Jan maar altijd konden blijven in de weldadige nabijheid dezer beminnelijke vrouwen! 't Is alsof hij niet scheiden kan vanavond, alsof hij tegen het alleen zijn opziet en het eene damspel volgde reeds het andere.

In den duisteren hoek bij de trap, staat de liftjongen te wachten, en houdt zijn oog niet af van den kant, waar de Hollanders het zich gezellig gemaakt hebben.

Na tafel had hij den barschen Kus naar boven gebracht.

Afwachtend, doodsbleek had hij op den knop gedrukt maar mijnheer had hem zelfs niet aangekeken.

Het Hollandsche kind had dus niet verteld hoe hij bem op de gang verrast had bij minder goede bedoelingen en half schuw, half bewonderend volgt hij Jan's aantrekkelijk bewegen, luistert, zonder de woorden te verstaan, naar de hooge, blij opklaterende jongensstem.

„Natuurlijk zou ik er weer roodvonk voor over hebben om te reizen," beweert Jan, „trouwens, het was niets naar om ziek te zijn. Ik bad alleen wat keelpijn en daarom mocbt ik enkel natte dingen eten — en lekkere."

„Hij is het kwaad gauw vergeten," lascht van Overaert er tusschen.

Sluiten