Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

FRANSCHE LETTERKUNDE.

kan Eudore toch niet weigeren. Daar zitten ze dan al bijeen in de donkere woonkamer.

— Mariette et moi, zoo verhaalt hij, on n'a pas dormi. On s'est regardé, mais on regardait les autres, qui nous regardaient, et voila.

Wat hij zich een bruidsnacht droomde was schier de wake bij een dooie! Want toen de vier kerels vertrokken, had Eudore nog juist den tijd om zijn knapzak vol te proppen en zijn veldflesch te vullen en moest hij ook opkramen.

— Pauv' Mariette, zucht hij, nu hij weer bij de makkers is. Y avait quinze mois que je ne 1'avais vue. Et quand est-ce que je la reverrai! Et est-ce que je la reverrai?

En met een weemoedig gebaar opent hij zijn knapzak en de hespe bewonderend welke daar in gemoffeld zit, besluit hij:

— Nous allons nous partager ca, hein, mes vieux poteaux?

Heeft de oorlog sommige gevoelens vertrappeld en tot in de diepste afgronden geworpen, andere toch heeft hij doen fleuren op de hoogste toppen der menschelijkheid. Hier is de republikeinsche leuze: gelijkheid, broederlijkheid, vrijheid niet langer een klatergouden uithangsbordje. De een helpt den andere. Eendrachtig doorworstelen de kerels de gemeenschappelijke armoede. Onder hun schedel broeit nog thans een felle toorn tegen hen welke zich op sluwe wijze aan hun plicht van strijdend soldaat onttrekken.

Volpatte, gekwetst heeft een tijdje gewoekerd achter de lijn. Genezen, zoo is hij weergekeerd en vertelt zijn wedervaren. Hij stikt bijna in zijn woede wanneer hij 't over het eeuwig kapittel heeft.

— C'est i'des embusqués qu'tu veuxcauser? vraagt men hem.

— Tu parles!....

En dan rolt het er uit als een overstrooming.

— T'en fais pas pour les embusqués, vieille colique, raadgeeft Barque, goguenard, mais non sans quelque amertume. A quoi ca sert?

Volpatte stuift op:

— J'suis pas maboul tout a fait, et j'sais bien qu'des mees de 1'arrière, Pen faut. Qu 'on ave besoiii d'traine pattes, j'veux bien

Sluiten