Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE GEZEGENDE ECHT.

andere ging hem voorbij; hij hoorde slechts die enkele lompe klanken: zoo brutaal, zoo fel-ontzettend in het onafwendbare hunner werkelijkheid.... Trouwen, trouwen.... Melanie, die hem verlaten zou; Melanie, die als met de pastorie was vergroeid .... Niet dat het in hem opkwam haar het huwelijk zelf te verwijten; in zijn goeden eenvoud kon hij geen kwaad zien in wat toch een sakrament was en geheiligd.... Maar het leek hem zoo onwaarschijnlijk dat Melanie hem aan zijn lot zou overlaten. ... Waarom moest zij, zij juist, trouwen?.... Wat moest hij beginnen zonder haar; wie zou voor hem zorgen; wie kon zoo smakelijk koken als zij deed; wie kende al zijne gewoonten en de bizonderheden van zijn dagelijksch leven, beter dan zij?....

Vaak had hij de verhalen gehoord van anderen, die tobden met hunne meiden en geen oogenblik rustig meer leefden in een gedurige waakzaamheid, die alle verrichtingen hunner gedienstigen moest nagaan.... Hij had er dan telkens om gelachen en stil verheugd aan Melanie gedacht. De vrienden waren jaloersch op die voorbeeldige ziel en allen kwamen ze gaarne op de pastorie waar steeds een gul onthaal hen wachtte. Uren in den ronde was Melanie om hare zeldzame kookkunst bekend en toen de bisschop zelve eens op een heiligendag de parochie met zijn hoog bezoek vereerde, had hij zijne tevredenheid over het feestmaal op de meest ondubbelzinnige wijze uitgesproken. Sindsdien was Melanie beroemd geworden....

En nu.... O, het kon niet waar zijn, het kon niet waar zijn. Zij weg.... Wie dan in huis ?.... Een vreemde; een die heel den rustigen gang der goede dagen zou breken met lawaai en misbaar; een, die het huis zou verwaarloozen of hem storen in zijn middagslaap.... Hij rilde bij het bedenken van deze gruwelijkheden .... Wat moest er van hem geworden ?.... Zoo vredig was het leven tot hiertoe geweest: enkel zoet genot en kalme tevredenheid....

Opeens drong een scherpe lucht in de kamer. Onwillekeurig snoof de pastoor ze op. Verschrikt snoof hij nogmaals, sprong ineens op in een verzameling van zijn uitgeputte krachten. „Melanie.... Melanie"

De angst die in zijn stem klonk, deed de meid tot bedaren

Sluiten