Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DB GEZEGENDE ECHT.

Haar leven werd nu van een troostelooze leegte; ze had niemand meer voor wie te zorgen; en waar zij heel heur leven lang voor anderen had gezwoegd, was het haar vreemd te moede ineens zoo werkeloos te zijn. Zij had het prettig en gemakkelijk kunnen hebben; dank zij de rente die de koster haar had nagelaten. Maar zij kon zich niet wennen aan dit leege nietsdoen. Zij was niet geboren om als een prinses te leven. Haar was het werk een tweede natuur en een noodzakelijke behoefte. Wat baatte het dat zij zoo smakelijk wist te koken, als geen mensch buiten zij zelve er van genoot ? Zij dreigde melancholiek en terneergeslagen te worden.

Dit duurde zóó een tweetal weken. Toen vernam Melanie dat de pastoor, op zijne beurt, ziek was geworden. Hij had eene verkoudheid opgedaan, die spoedig verergerde, zoodat na een paar dagen sukkelen, de eerwaarde te bed moest blijven. Dit nieuws trof Melanie tot in het diepste van haar hart. Geen oogenblik talmde zij, geen stonde aarzelde ze bij het nemen van haar besluit. Het stond ineens klaar voor haar oogen, ze voelde het als een dwingende plicht, waaraan ze niet kon ontkomen en dien ze moest volbrengen.

In den groentewinkel kocht ze een paar kostelijke appelen, en een troske blauwe druiven. Voorzien met dit klassiek geschenk voor alle zieken, stapte ze kordaat op haar doel af, niet lettend op het ruwe weer en den piassenden regen. Bekommerd stelde zij zichzelve allerlei vragen, die ze zoo pessimistisch mogelijk beantwoordde, zoodat ze zich al spoedig van het allerergste overtuigde. Ook dacht ze hierbij veel aan haar echtgenoot en zijn plotselinge dood deed haar voor den pastoor eenzelfde lot vreezen.

Bij het bereiken der pastorie kwam er een warm en diep gevoel over haar. Een oogenblik stond ze stil en keek met gulzige oogen naar het witte huis. Het was haar zoo welbekend en zoo dierbaar. In haar vreugde schoot echter een wrang gevoel, toen ze aan den zieke dacht die allicht daar zijn laatste uren doorworstelde. Haastig ging ze op de woning toe en bekend als zij was met al de geheimen, liep zij er omheen, om langs de keukendeur binnen te komen. Het kwam geen oogenblik in haar op dat zij er nu niet meer thuis behoorde, 't Leek haar alles zoo ge

Sluiten