Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GIJ, GROOTEN!

DOOB

J. J. VAN HILTBN.

Gij pooplen, die de daken donkren doet, En trotsend uwe pluim in 't zonlicht kuischend, 't Gewaad èèn melodie van zijde, ruischend, Vorstinnen schijnt, door heel een stad begroet,

O, ziet hoe tengre olmen aan uw voet, Ellendig tusschen hooge muren huizend, En al maar in hun deemoed takken-kruisend Verlangen, dat uw blik hun oog ontmoet.

En gij? Gij neigt ter fluistring uwe hoofden; Uw trotsche oogen, vol van hooge haat Bespotten d'arme olmen, die geloofden....

Der kleinen grootheid waar' geen wereldbaat, Ik weet het. 0, maar waarom zijn de hoogen Niet hoog èn goed! Zoo vélen staan gebogen....

Sluiten