Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JAN.

Paula schrikte, maar Sidonie kalmeerde: „je begrijpt toch, dat hij geen twee maal roodvonk vlak na elkaar krijgt?"

„Nu, roodvonk of niet, ik zal toch maar eens gauw gaan kijken wat hij heeft, vind je niet? want zijn vader is natuurlijk niet thuis."

„Ja goed, dan kom ik ook aanstonds boven en ben ik bij de hand als er wat noodig is."

Zacht draaide Paula de kruk van Jan's kamerdeur om. Er was licht.

„Mag ik binnen komen," fluisterde ze.

„Ja, graag lievert," zei slaperig Jan's sternen toen ze dichterbij kwam en haar volle hand op zijn voorhoofdlegde, „dat 's lekker!" toen plotseling opkijkend:

„Wat doe je bier? ik heb laten zeggen dat ik besmettelijk was, ga weg."

Paula glimlachte rustig.

„Maar dat is niet zoo."

„Niet? o ik dacht het."

„Waarom? wat voel je?"

„Weer hoofdpijn en een raar gevoel in mijn keel, die tram schokte zoo, houd je van witte anjelieren? Ik niet. Bij de Mortala is het kerkhof er vol van en op Grimaldi verbranden ze die in den oven."

Paula luisterde met grooten schrik, wat zei hij toch allemaal? hij ijlde zeker. Ze zag hem in 't hoogroode gezicht, luisterde naar de versnelde ademhaling, voelde den pols.

„Zeker, hij had koorts." Ze wilde Sidonie roepen, maar Jan zei weer:

„Dat 's lekker" en drukte baar vingers vaster tegen het voorhoofd.

Doodstil bleef hij liggen, zoo stil dat ze hem slapende dacht, maar zoodra ze haar hand losser maakte werd hij onrustig en toen knielde ze bij 't bed neer en bleef in dezelfde houding.

Hoe lang? Voorzichtig werd de deur opengedaan. Paula bracht de vrije hand aan haar lippen zonder het hoofd om te wenden.

Er kwam iemand naast haar staan. Ze voelde opeens dat het Sidonie niet was, toen keek ze op in Overaert's gezicht. Haar

Sluiten