Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JAN.

eerste gedachte was op te staan, maar dan zou Jan wakker worden.

„Ik durf niet bewegen," fluisterde ze, zoo zacht dat Overaert zicb dicht naar haar toe moest buigen om het te verstaan.

„Hij is nu rustig." En hij fluisterde terug vlak aan haar oor, „wordt TJ niet moe?"

„Neen."

„Wat is er eigenlijk gebeurd?"

„Dat weet ik niet, hij liet zeggen dat hij roodvonk had en klaagde over zijn keel en hoofd."

'Voorzichtig maakte de vader de kleeren los aan hals en borst, zoekende naar roode vlekken. Toen zag hij Paula aan, schudde geruststellend van neen en probeerde zijn hand naast de hare brengende, de zelfde houding over te nemen, zonder Jan wakker te maken. Zij lette niet op 't geen hij deed, ze keek alleen naar 't kind, dat kreunde en droomde weer van anjelieren en toen opeens de oogen opsloeg, wijd en lachend.

„O vader, ben jij daar? en U ook? hoe grappig. Wat doen jullie?"

Paula rees op, wat pijnlijk na zoo'n lange onbeweeglijkheid, licht steunend op de hand die Overaert begrijpende, snel haar reikte. „Nu zal ik hem verder aan U overlaten," zei ze.

„He lievert, ga je nu weg? Wat is er toch? Hoe lang heb ik geslapen?"

„Dat weet ik niet precies, ik dacht dat je wat ziek was en daarom kwam ik kijken, maar je bent al weer beter, en nu is vader thuis, goeden nacht."

„O ja, hoe vindt U? ik dacht dat ik weer roodvonk kreeg, maar gelukkig was ik niet besmettelijk, mijn hoofd is nu weer lekker frisch, ik heb honger."

„Ik zal je wat boven laten brengen," zei Paula, zich omwendend.

„Och blijf nog wat, 't is juist zoo gezellig met U tweeën."

„Ging het vandaag goed, vader?

Van Overaert knikte toestemmend.

„Je bent een schrikaanjager, heb je nergens pijn?"

„Wel neen."

„Ben je niet moe meer?" „Volstrekt niet."

Sluiten