Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JAN.

diger om naar te kijken, gezelliger en redelijker dan de meeste groote menschen," zei ze.

„Dat is hij" stemde ik toe. Voor lunch had hij met ons in den tuin gezeten, waar Paula nu nooit meer in een ligstoel maar in de rieten fauteuil zat, bezig met fransch kantwerk te herstellen en af en toe om zich heen zag zooals elk mensch, die wat voor zijn medemenschen voelt, volgens mijn meening behoort te doen.

„Wat is U gisteren lief voor mij geweest," had hij tegen Paula gezegd, met die oprechte streeling in zijn blik die hem aller harten deed veroveren.

Het kwaad was hij al vergeten, hij toonde geen spoor van vermoeienis meer en hij had opgewekt verteld van zijn afspraak met den heer Tchanopulos.

'„Ik had toch niet gedacht dat van Overaert hem vandaag weer alleen zou laten" merkte ik op.

„Die is niet uit het speelhol te lokken."

„Heb je 't geprobeerd?'

„Sidonie! je bent onbehoorlijk!"

Ik verslikte me bijna in een stukje kreeft.

„Willen we 't leven hem hier zoo zuur maken dat hij afreist?" stalde ze voor.

„En Jan dan? Eens heb je 't al een heel eind in die richting gebracht!" herinnerde ik, „daar is van Overaert toch quite gentleman in geweest."

„Ik heb nooit gezegd dat bij dat niet was" zei Paula puntig.

„Was Jan maar een wees, dan konden we hem aannemen" verzon ik met een snellen blik naar haar.

„Hè ja, dat zou heerlijk zijn!" viel ze vroolijk bij.

„Alleen Jan zou het niet heerlijk vinden."

„Neen 't is eigenaardig zoo veel als hij van dien vader houdt."

„Net als de karhonden, die hechten zich soms het meest aan den slechtsten baas."

Ik geloof niet dat Paula mij aardig vond, ze stak haar wit neusje nuffig omhoog.

Jan knikte ons toe, zooals hij nooit vergat, toen hij met den onaangenamen Eus de deur uit ging en wij kleedden ons om naar Cap Martin te gaan.

Sluiten