Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JAN.

„Ca y est"!

Jules was in schaduw.

„Wat een sterke kerel ben je" zei hij en dankte lachend.

„U was een beetje in 't grind gezakt, dat maakte het wat zwaar, nu zou ik U gemakkelijk verder kunnen rijden. Wil ik U op den boulevard brengen?"

Zoo was het begonnen.

Sinds werd hij dikwijls naar de muziek gereden en kreeg Yvonne van haar moeder de opdracht om bij Oom te blijven. Paste zij op hem? of hij op haar?

Jan ging over den boulevard terug, kwam in sprongen naar ons toe, toen hij ons in den tuin zag. „Pleizier gehad gisteren?" vroeg ik.

„Het was eenig! het is wel het mooiste jacht dat ik ooit gezien heb en alles gaat er van zelf." „Hoe bedoel je."

„Mijnheer Tchanopulos hoeft zijn eigen taal zelf niet te spreken, hij komt maar zóo," Jan stak zijn duim op „en ze begrijpen alles. Vader en hij schijnen goede kennissen te zijn, dat wist ik niet, en toen we binnen waren, hebben we met ons drieën aan boord gegeten, toch zoo prettig! We dronken telkens eikaars gezondheid, met zoeten, gelen wijn, voor mijn pleizier en dikke roode, voor het hunne. Van champagne houd ik niet zoo bizonder, U wel?"

„Ik wel" zei ik.

„Het spijt mij dat U 't ook niet gezien heeft, er is een salon en een eetzaal, van alles! en er is ook een vleugel en daar moest ik op spelen."

„En wat heb je gespeeld?"

„Iets van Handel dat ik uit mijn hoofd kende, maar mijn vingers zijn toch wel stijf geworden" beweerde hij er mee knippend.

„Wat vond mijnheer Tchanopulos?"

„Dat weet ik niet, maar ik moest het nog eens doen en hij wou niet dat vader onderwijl sprak; dat was wel wat benauwend. Hadt U gedacht dat hij zoo'n bizonder aardige man was?"

„Neen, eigenlijk niet."

„Nu, hij Is het. Hij denkt, dat ik iets voor hem gedaan heb,

Sluiten