Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JAN.

voorbij en het goede ligt weer te wachten, zooals het altijd gaat."

Waren het zijn woorden, was het zijn kalme, prettige stem, of zijn in-goed gezicht dat troostend werkte toen hij zijn forsche gestalte overboog naar den knaap ?„Daar is de thee — au premier; Monsieur Jean prendra le plateau, Bonsoir." i * Wij gingen mee in de lift.

, „Jan, als je wat noodig hebt, roep ons dan" zei Paula snel „al is 't ook vannacht."

„Dankje lievert" zei hij mat en we zagen hem met het groote blad in de handen de kamerdeur binnen gaan.

Hij was een ervaren menschenkenner, Bernard, hij had onze gedachten naar Holland verplaatst en wat van het gebeurde afgeleid.

Toch konden we dien avond laat maar niet in slaap komen. „Wat zat Overaert daar ongelukkig in dien auto," herinnerde ik. „Zou hij iets overhouden van zoo'n aanval?" vroeg Paula. „Wel neen, 't is geen beroerte." „Hoe begon het, werd hij licht in 't hoofd?" „Neen, meer in zijn beurs." „Och jij, kan het geen hartquaestie zijn?" „Paula! doe toch zulke onnoozele vragen niet." Ik kon mijn lachen niet inhouden, ik schudde, ik was zeker nerveus.

Gebelgd wendde ze zich van mij af.

Ik dacht, ik ben toch blij dat er niets bepaalds tusschen hen voorgevallen is, anders zou ze het daar misschien nog mee in verband brengen en zich nog meer aantrekken.

Tchanopulos scheen zich niet voor het geval te interesseeren ; toen hij 's avonds aan tafel zat, had hij zelfs iets bizonder goed geluimds over zich gehad. Hij bromde niet, maar was, zijn dessert achterwege latend, weer uitgegaan.

Daar hoorde ik Jan's kamerdeur dicht gaan.

„Zou van Overaert nu zoo maar alleen gelaten kunnen worden ?" vroeg Paula ongerust.

„Mijn hemel ja! 't is al laat genoeg voor Jan, of wou jij hem soms oppassen?" Paula antwoordde niet, draaide zich in haar ledikant om met den neus naar den muur.

Sluiten