Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JAN

dubbel vervelend, dat moet ik, kordate Sidonie, zelfs bekennen.

Paula moet ook wel beel moe geweest zijn, anders zou ze niet zoo vast slapen: met haar hoofd in haar arm en de dikke haarknot onontwonden. Ik riep haar niet, kleedde mij zoo voorzichtig mogelijk aan om geen leven te maken en ging naar beneden.

De eerste die mij op de trap tegemoet sprong was de kleine Yvonne.

„Ou est le petit ami?" vroeg ik.

„II vient de passer par le hall Madame."

Waarschijnlijk kon ik dus inlichtingen krijgen bij Bernard.

Hij zat te schrijven in zijn glazen huis en stond, mij ziende, dadelijk op. Dat ik het niet eerder opgemerkt had welk een goedhartigheid de geheele persoon van dezen eenvoudigen grooten man uitstraalde.

„Monsieur Jean vous fait savoir Madame, que Monsieur son père va beaucoup mieux ce matin."

Hij was weer Franschman op en top. Hij hield zijn hoofd naar mij neergebogen, eerbiedig afwachtende wat ik zou willen zeggen, maar zijn blik vroeg:

„Wie van ons beiden is nu 't meest in zijn schik?" en ik zuchtte:

„Ah, que je suis contente."

„On a monté le déjeuner, et le gros Monsieur russe attend Monsieur van Overaert a onze heures au salon reservé."

Ik geloof dat een uitdrukking van schrik over mijn gezicht gleed.

„Non il n'y a pas de quoi vous inquiéter Madame; C'est lui qui a arrangé les affaires de la banque."

Mijn ongerustheid verminderde niet, want ik dacht aan hetgeen ik aan de speeltafel gezien had en dat kon de portier toch niet weten.

„II aime beaucoup le fils, beaucoup," voegde hij er nog met nadruk bij.

Ik zat alleen te ontbijten, dat gebeurde den laatsten tijd nooit meer, ik vond het ongezellig en dacht aan Jan, die bijna altijd alleen aan tafel zat en er zoo goedsmoeds onder bleef.

Toen ik bijna klaar was, kwam Paula. Ik zag haar reeds in de hall.

Sluiten