Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET GEVLOEKTE LAND.

redeneerde onderwijl over de billikheid van h'r verdeling.

't Priemde Gert-Jan, dat zo aanstonds gegrepen werd in 't bezit van de dode, maar hij bleef voor zich zien, sprak nauw een woord op Vemme's overvloedige rede.

Toen zij zich echter ook het kabinet wilde toebedelen, sprong Gert-Jan op.

Nee, van de meubelen kwam niets de deur uit, zolang hij leefde. Meteen voelde hij in zich vast staan, dat hij zou blijven wonen, waar hij altijd had geleefd, en om zich wilde hij alles behouden, zoals hij 't altijd had gekend, zoals het tot hem sprak van veel, heel veel dingen, die hij saamgeweven voelde met z'n lot.

Vemme toonde zich hard nu ze bemerkte, hoe Gert-Jan gehecht was aan de oude wrakke stukken. Ze maakte aanspraak op meer en meer, beweerde, dat zij een en ander best kon gebruiken, dat ze allang er op hunkerde, maar nooit nog had kunnen aanschaffen. Ze zou 't morgen al laten weghalen.

En dan 't huisje, dat was toch eigendom? Als Gert-Jan er in wilde blijven wonen, moest hij toch de helft betalen, en dan de schapen, de oogst. — Was 't al niet mooi, dat ze hem de pacht van de grond liet? Garmt en zij konden toch even goed hier gaan wonen.

Nu werd het Gert-Jan toch al te bar. Hij ging voor z'n zuster staan, schudde h'r danig met z'n vereelte knuisten.

Wat zij dan eigelik dacht? Of alles voor haar was? Of bij niet de pacht, het onderhoud, mest en alles had moeten betalen? Of hij niet gewerkt had, jaren lang gewerkt had voor hun moeder? Zij was op Gaarkenshoop gebleven, had zich van moeders getob en van niets wat aangetrokken, en nu —

Liever zag hij alles verkopen, overgaan in vreemde handen, dan zo te worden behandeld van z'n bloedeigen zuster.

Z'n vuist sloeg de tafel, dat het drinkgerei rinkinkte. Zij moest om de dooie dood niet denken, dat hij zich door haar liet stropen. Dat scheen ze te menen. Maar dat zou h'r tegenvallen.

Een redelik deel zou hij h'r nooit ontzeggen, maar voor zo'n deling zou hij een schotje schieten. Volgens recht en billikheid moest ze helemaal niets hebben. Had ze hem niet laten ploe-

Sluiten