Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«MOOI-WARM-WEER

3

„Ik zal dat niét bevelen," zei zij hartelijk.

Mevrouw d'Avranches kwam dus zooals de vele anderen die, dood-gewone menschen, met — mag men van een sneltrein sprekende, daar ook deze dood-gewone uitdrukking voor bezigen? Toch had de Directie een coupé afgezonderd voor haar en freule de Clairembault, en een compartiment voor het weinig talrijk gevolg der twee dames: den ouden Joseph en de jonge Lisette, van wie de laatste echter ditmaal den dag tevoren was gekomen.

Niemand zou in de zwaar van rouw gekleede, naar uiterlijk treurende dame, schoon duidelijk van voorname afkomst, de dochter herkend hebben van een der edelste geslachten van Frankrijk, in welks stamboom van de eerste kruistochten af ternauwernood enkele hyaten »kwartieren«, waren, in welks wapenschild slechts enkele bastaarddwarsbalken konden worden opgemerkt. Ofschoon de d'Avranches en de Conti's toch niet zonder intieme schokjes vermengd waren met het ex-koninklijk bloed van Frankrijk. Er waren ook wel schokjes in te bespeuren door vreemde vorsten veroorzaakt, zelfs — maar daarover

sprak men sinds langen tijd niet meer — zelfs hm!. ...

Duitsche.

Het was echter niet één aaneengesloten groep, welke den trein met zijn voorname reizigsters afwachtte. Het waren kleine groepjes van drie, vier lieflijk geparfumeerden, waar nu haastig een laatkomer bijkwam, wiens komst door allen met een bemoedigenden glimlach of een snellen handdruk werd verwelkomd: mager oud heertje, keurig gekleed, een rose anjer in het knoopsgat van zijn onbeïispelijk donkergrijs jaquette, een hoogen castoren lichtgrijzen hoed op, waardoor hij wat grooter leek. En welk een meesterlijke vouw was er in zijn broekspijpen en welk onnavolgbaar kunstwerk het strikje van zijn gespikkeld donkerblauw satijnen dasje!

Wie zou dit anders geweest zijn dan de Hollandsche diplomaat in ruste, baron F. D. van Booschoten, in dit gezelschap begroet als «monsieur le baron de Beauchaudtemps«? Met sympathie haast werd de Hollandsche baron door heel het gezelschap begroet, wijl ieder wist, dat hij

Sluiten