Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VORSTEN VAN ZIJN TIJD

23

» bezweken,

Met rug en lenden ingetreên;

En — wat mijn mond niet uit kan spreken,

Mijn hart gevoelen kan alleen!«

Dat land had hem geen voedsel te bieden, hij mocht er niet voor werken en het groot zien worden. Moest hij dan toch weer als balling 's lands

.... »by ongastvrije Geten, Kozak, en Tarter, en Sarmaat, De dorre paardenschonken eeten, Die gier en schakal overlaat.« 1)

Neen, zei koning Lodewijk, nadat hij reeds voor de eerste maal met Bilderdijk had kennis gemaakt. Prof. Brugmans had namelijk weten gedaan te krijgen, dat ook Bilderdijk werd opgenomen in de commissie van vier, door de Leidsche Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde afgevaardigd om den koning van Holland te begroeten. Bij deze gelegenheid werd den dichter opgedragen een rapport samen te stellen betreffende de opkomst, ontwikkeling en organisatie der Maatschappij, waardoor hij reeds vóór de eigenlijke audiëntie met den koning in gesprek kwam, die aanstonds door den buitenissigen man werd ingenomen. Het geestige en paradoxale in Bilderdijk's betoog bekoorde den vorst, en deze vond hem vrijmoedig, daar waar men 't moet zijn, zoodat de koning besloot hem voort te helpen. Deze onverwachte uitkomst was voor den dichter een geluk en zegen, want hij was geestelijk totaal afgemat, ja uitgeput en lichamelijk ook zeer verzwakt door een bloedspuwing.

Da Costa geeft in zijn werk »De Mensch en de Dichter Willem Bilderdijk«2) nog de volgende zeer aannemelijke psychologische verklaring, hoe het kwam dat de vroegere Orangist Bilderdijk zóó spoedig intiem kon zijn met een vorst uit het huis der Bonaparte's. »Die welwillendheid ver wondere niet! Zy was natuurlijk in een Vorst, die in

!) D. W. XII, 86.

2) D. W. XVI, 185. [Het 16e deel der Voll. Dichtwerken omvat de beschrijving van den mensch en dichter Bilderdijk door Mr. I. da Costa.]

Sluiten