Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Xach Paris!

Dat was in 1870 en ook in 1914 de kreet, waaronder de Duitschers ten strijde trokken.

Een gemompel steeg op. Die mannen, in de krijgstucht geoefend, kónden zich niet langer inhouden, nu hun commandant hen herinnerde aan het gebeurde op den bloedigen Zondag van Serajewo. Eerst één en toen tien en toen allen barstten ze los:

„Weg met de Serviërs! Weg met de Koningsmoordenaars!"

Zoo riepen ze en hun oogen fonkelden van woede en hun vuisten, in verontwaardiging en toorn saamgenepen, hieven ze op tegen het land, dat daar in het zuiden wazig in den morgennevel opdoemde.

De commandant hief zijn arm in de hoogte. Hij had nog niet uitgesproken. Met een stem, die trilde van aandoening ging hij voort:

„Onzen goeden ouden Keizer Franz Jozef hebben de Serviërs een groot leed berokkend. Zij kennen geen medelijden. Ouderdom noch jeugd ontzien ze. En weet ge, wat ze met ons land en volk willen? Ze willen ons land verwoesten, onze Monarchie vaneen scheuren, onze landszonen tegen elkander doen opstaan. Dat willen ze. En om dat doel te bereiken ontzien ze niets en niemand!"

Weer dreigde het onder de bemanning tot een uitbarsting te komen. Maar de commandant voorkwam zulks door een enkel handgebaar. En toen ontvouwde hij een papier, dat een jonge officier hem overhandigde. f^l^J

98

Sluiten