Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toestand, toen ook tusschen Engeland en Duitschland de verwikkelingen leidden tot een oorlogsverklaring

Engeland en Duitschland.

Wat had al niet sinds lang tusschen die twee rijke, machtige landen verbittering geheerscht!

In Engeland sloeg men den groei en de ontwikkeling van Duitschland, inzonderheid op het gebied van den handel,*) met bezorgde blikken gade. Men vreesde zelfs, dat binnen niet vele tientallen jaren Duitschland de eerste zee- en handelsmogendheid der wereld zou hebben overvleugeld.

En langzaam maar zeker vestigde zich zoowel in Britsche handelsals in marine-kringen de overtuiging, dat Engelands welvaart slechts dan kon worden verzekerd, als die van Duitschland vernietigd werd.

Het is dan ook onmiskenbaar, dat in de laatste jaren, vooral na den dood van Koningin Victoria, het streven der Engelsche politici er op gericht is geweest, zich tegen Duitschland te versterken. Koning Eduard VII begon er mee en .. t. de Entente met Frankrijk en Rusland was van dit streven een gevolg.

„Tégen Duitschland!" werd het devies!

Tégen Duitschland was ook de schriftelijke gedachtenwisseling gericht, die in 1912 -Minister Grey en de Fransche ambassadeur Paul Cambon voérden.

Tégen Duitschland verklaarde zich Minister Grey den 29en Juli 1914, toen hij een onderhoud met den Duitschen ambassadeur te Londen had en woordelijk zeide:

„De toestand is ernstig. Zoolang het echter gaat om de geschillen tusschen Oostenrijk-Hongarije en Servië, denken wij er niet aan, om tusschenbeide te komen. Maar als Duitschland er in wordt betrokken, en ook Frankrijk, dan zullen de gevolgen zoo geweldig kunnen zijn, dat alle Europeesche belangen er in gemoeid worden".

*) Duitschlands handel ontwikkelde zich wel zeer snel. Bedroeg de invoer in 1880 de som van 2.86 milliard mark, in 1907 was dit cijier reeds 9.57 milliard geworden. De uitvoer bedroeg in het eerstgenoemde jaar-2.95 milliard en in het tweede 7.44 milliard mark. De invoer was alzoo in dit korte tijdsverloop ruim drie maal, de uitvoer bijna drie maal zoo groot geworden!

Nog meer blijkt Duitschlands handels-ontwikkeling uit het volgende staatje der Totaal-cyfers in milliarden mark van in- en uitvoer:

Duitschland Frankrijk Engeland Vereen. Staten

In 1891 8.111 8.642 15.211 7.264

In 1900 11.080 9.208 17.900 9.427

In 1907 17.011 12.105 23.741 13.925

Duitschland de tweede handelsmogen-dheid der wereld! Maar het voor Engeland meest dreigende verschijnsel was, dat het cijfer van Duitschland van begin 1891 tot einde 1907 r u i m t w e e en dat van Engeland slechts even anderhalf maal zoo groot was geworden!

148

Sluiten