Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van de Schelde, uitgezonderd Antwerpen, was feitelijk nu onderworpen aan den vreemdeling!

Groot was het Duitsche succes! De opmarsch van zijn leger was niet verhinderd, niet noemenswaard vertraagd! Nog vóór de Duitsche concentratie geheel voltooid kon worden genoemd, was Brussel reeds beréikt en het Belgische veldleger in de SteUing Antwerpen als in een val opgesloten!

De Duitsche mannen, die den 20en Augustus de hoofdstad van het hun vijandige land binnentrokken, beseften zulks. En al voelden ze, dat ze zich moesten beheerschen, opdat de inwoners der overwonnen stad aan hun houding geen aanstoot konden nemen — ze hadden toch niet zoo hun gelaatstrekken in bedwang, dat niet duidelijk daarop Duitsche trots stond te lezen. Ja, Duitsche trots! Want zij immers waren zonen van het roemrijke en machtige, het sterke en onoverwinnelijke Duitsche land! Gelijk de Rijn niet te keeren was, waar die zich neerstortte van het Zwitsersche hoogland en schuimend en bruisend door rotsgesteenten zich een weg zocht, zoo ook was geen macht ter wereld in staat de legers van het groote Duitsche vaderland te weerhouden, als die 's lands eer en roem tegenover zijn belagers té verdedigen hadden

Voor dè samengestroomde Brusselaars was de intocht der overwinnaars een aanblik, dien ze nimmer zouden kunnen vergeten; het was een droevige historische gebeurtenis.

Daar kwamen ze! Vóórop de verkenners, de uhlanen, die tot roekeloos wordens toe stoutmoedige ruiters. Fierkkromden zich de nekken hunner paarden en vlokken schuim hingen aan de stuurs stangen. Als hun berijders ze maar even de vrijheid zouden laten, zouden ze zoo voortrennen door de straten, evenals ze het met de snelheid van den wind over de Belgische velden hadden gedaan. Thans dwongen hen krachtige.handen, om stapvoets langs de dubbele jrijen van burgers te gaan: geen vijand moest meer gezocht of opgejaagd; stellingen behoefden niet meer te worden verkend — het eerste gedeelte van den aan deze Duitsche mannen opgedragen last was vervuld.

Lange, lange rijen van soldaten volgden. Het waren infanteristen, de overwinnaars van Tienen. Zie, schier achteloos hielden ze hun geweren over den schouder. Maar de kogels uit die geweren hadden honderdtallen voor de vrijheid en onafhankelijkheid van hun land strijdende Belgen neergeveld. En diezelfde mannen, die op dit oógenblik rustig en onbevangen hun blik over de menigte lieten weiden,

hadden in woesten stormloop de Belgische legers besprongen en

lachend daarna geteld, hoeveel dooden wel op de slagvelden waren achtergebleven.

267

Sluiten