Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ze wilden Antwerpen behouden en geloofden zich in staat, den vijand het begeerde bezit zoolang te betwisten, tot de Entente over den gemeènschappelijken vijand had gezegevierd.

Maar die dappere Belgen misrekenden zich. Ze dachten niet aan de reuzen-kanonnen van den vijand noch. aan de mogelijkheid, dat deze niét de Stelling zou omsingelen. Had hij dit gedaan, ja, dan zou de val van Antwerpen mogehjk na vele maanden eerst een feit zijn geworden.

Doch Von Beseier bracht de „verkorte belegeringswijze" in toepassing. Gelijk reeds uit het officiëele Duitsche leger-bericht van 29 September bleek, dat het volgende behelsde:

„Gisteren (dus 28 September) heeft het Duitsche belegeringsgeschut op een deel der forten om Antwerpen het vuur. geopenH . . tfeti uitval van Belgische troepen gericht tegen de Duitsche troepen, die Antwerpen insluiten, is afgeslagen."

Op een deel der forten richtte Von Beseier al zijn kracht. Al zijn macht: het vuur zijner honderden kanonnen, de onverschrokken heldenmoed zijner tienduizenden krijgers, trok hij samen op een deel der forten, op een sector. En die sector moet vallen, luidde het bevel van Von Beseier, gelijk tot hem het bevel geklonken had, dat Antwerpen vallen moest.

Inzonderheid de forten Waelhem, Wavre St. Catharijne, Koningshoyck en Lier. en de tusschenliggende redoutes hadden van de vreeselijke kanonhade en van de geweldige aanvallen der Duitsche troepen te lijden. De loopgraven vóór deze sterkten vulden zich met dooden en gewonden: onophoudelijk bulderden over deze soldaten heen de verschrikkelijkste losbrandingen, die ze ooit hadden gehoord. En als dan even een pauze intrad in het geweldig bombardement, moesten de

zenuwen tot stilzwijgen worden gebracht, want dan kwamen de

Duitschers stormen.

Dat er waren, die zich den moed voelden ontzinken, zelfs onder de helden, die bereid waren hun leven voor het land te geven, was na deze kanonnade niet te verwonderen, J§wi§^

Oor- en ooggetuigen deelden mee, dat het er een hel was!

Maar wie standvastig blééf? Wie voortging zijn plicht te doen? Dat was Koning Albert!

„Het gebeurde te Waelhem," — zoo vertelde één der soldaten, die' daar streden. — „Ik stónd in een loopgraaf, mijn zwager eenige meters van mij verwijderd; tusschen ons stond een stille, lange man. Wij waren in een hevig infanteriegevecht gewikkeld — nu en dan sprong er een granaat in de buurt. Plotseling werd mijn zwager door een scherf getroffen; als een bloedende massa zakte de arme kerel in. elkaar.

De lange soldaat, die zelf geen' geweer had, bukte zich, nam het ge~ 178

Sluiten