Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deeld. Pel stonden ze tegenover elkander, de pro- en anti-Bothamannen. In al de dorpen en steden der Unie werd hartstochtelijk het vóór en tégen van Botha's Oorlog tegen Duitsch-Zuid-West bepleit. Vergaderingen werden belegd, waarin de Ministers optraden en hun reeds bekende gezindheid verdedigden. Doch ook de andere partij hield bijeenkomsten, waarin werd uiteengezet, dat nooit de vrijheidlievende Afrikaner mee mocht doen aan een jingoïstischen verove-

nngskrijg Het woelde en gistte in den boezem der jonge Zuid-

Afnkaansche Natie als in de dagen, toen rhen' zich gereed maakte tot het verzet tegen den veroverings-oorlog van Chamberlain. Toen was Louis Botha één dergenen, die door zijn woord zijn medeburgers

Een wagen van het Duitsche Roode Kruis.

aanmoedigde, geen kamp te geven; toen was ook Louis Botha één, dergenen, die hóóg de leus ophieven „Recht moet zegevieren" en „Veroverings-politiek is een politiek van onrecht" !

Indien zich met Beyers niet wijze en bezadigde mannen als o.a. Generaal De Wet in de September-dagen van 1914 door hun openlijke afkeuring aan het hoofd van Botha's tegenstanders hadden geplaatst, zou ongetwijfeld een verbitterde burgerstrijd, een bloedige revolutie wellicht, in Zuid-Afrika zijn ontstaan. Zij, gelukkig, hielden de massa in bedwang, wisten door hun invloed een uitbarsting der volkswoede te voorkomen en hielden de hoop levendig, dat 'de Regeering der Unie tot het inzicht zou komen, dat zij met haar

Op Leven en Dood II, 17. 257

Sluiten