Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat de bedwongen en niet klagende voornaamheid van zijn moeder, de wezenlijke voornaamheid, haar verbood te weenen, tranen te laten buiten de oogleden. Alles moest in deze vrouw voltrekken, ook de koele lijdelijkheid die haar niet van nature was, doch slechts het verweermiddel tegen het andere, de uiterlijke bewogenheid van den vader, wiens leven een leugenleven was, gelijk het leven van velen van zijn gehalte. Hij weet de zoon, dat het leugenleven van den vader, een binnenwaartsch dubbelleven voor de moeder deed ontstaan en ja, nu ervaart ook de strenge vorscher, dat hij geërfd heeft haar koelsten levenskant, de bedwongenheid. Maar daaronder holt het bloed, als strooiend water onder een overwulving. Dit is het verbond tusschen beiden. Een verbond, mystischer dan de band van het bloed ooit kan zijn, een verbond van geaardheid. Twee paren oogen die in de wereld zien. en het geziene herzien, gezeefd door eender kleurenfüter. Bieden zij elkander teederheden, dan boeten zij beiden voornaamheid in en lezen in elkanders oogen het vreemdste zelfverwijt. Zij dragen hetzelfde kleed der boete, voor iedere innigheid elkander betoond. Zij zijn verbonden ijzer; gelascht in het vuur, de moeder, de zoon. Deze liefde kan niet verminderen, door de grootste gaven niet.

Ach, nu komt de dochter van een goedig handwerksman die in Gorcum woont. Deze vrouw bedekt haar volksaard nauwelijks met wat poovere kennis in het algemeene. Haar ongevijlde ziel kent naamvallen en woordgeslachten, ook het beginsel van algebra maar kent de vreemde

27

27

Sluiten