Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meestal, schikt wat en is heen, weer naar de keuken. Opnieuw komt Gretha bij hem staan, streelt zijn slanke handen. „Je hebt het koud," zegt ze.

„Nietwaar....;" hij bloost als een kind.

Juffrouw van der Swaay is oprecht gezegd een aartsgeduldig meisje. Wel denkt ze bijwijlen: wacht maar, als we eerst eenmaal getrouwd zijn Hubert, dan zal die koude moeder van jou anders piepen, — maar er zijn andere mildere oogenblikken, waarin ze kan erkennen dat zij, de vreemde eend in de bijt, zich eigenlijk te schikken heeft naar de oude voorname familietradities. Ja, daar mijmert zij over na: hoe kan een vrouw, die meidenwerk in de keuken verricht, die kookt en veegt en ruimt, hoe kan zoo'n vrouw een staatsiedame zijn in het woonvertrek, als de avond is gekomen en het werken is afgedaan? En zij voelt wel Gretha, dat dit een adel is, ingeweven met gansch iemands levensopvatting en zij zou wel willen zelf zoo te zijn, de voorname vrouwe waar ieder ander mensch zwijgend en eerbiedig tegenover wordt, maar daar stuwt en stroelt wat door haar bloed, dat al haar mooiste voornemens in die richting onklaar maakt, en altijd voordat ze zijn uitgevoerd.

Als zij Kommerijntje ziet zitten, 's avonds als zij van Hubert komt, en het wijfje dopt erwten, dan wil zij zoo graag helpen. Dan nemen zij den houten bak samen op schoot. De kleeren der beide vrouwen zijn zeer verschillend, ook het uiterlijk, de gestalte en de denkmogelijk-

41

Sluiten