Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Lieme betaalt trouw de lessen door. Hij wil niet dat de leeraar het gewaar worden zal in zijn ontvangsten, dat zijn dochtertje ziek is. Hij wil trouwens niet dat ze ziek is; ze moet weer beter worden en weer Engelsch leeren om wat te worden in de wereld, 't Ligt niet in Philip's aard om goede daden niet te erkennen. Hij heeft danig zijn kind bekeken, onder alle vlagen van haar humeur, sinds ze zoo berustend in schijn, maar innerlijk diep bewogen, op het ziekbed ligt. Hij weet heel goed, dat de stap van dien stillen leeraar, dien netten jongen, haar aangenaam is, dat ze nog éven opfleurt, als hij voor een groet haar slap polsje van het laken opbeurt. Deze troost is den vader het lesgeld ruim waard. Er wordt daar niet meer over gepraat en het spreekt vanzelf, dat Hubert Montijn daar geregeld komen bhjft, totdat de lessen weer kunnen beginnen. Bram mag mompelen: dure onzinnige boel, — dat baat hem niet, daar kan hij hoogstens wat woeste herrie met zijn vader mee verwekken. Er komt geen keer in; haar leeraar mag blijven komen, week aan week naar 't nu al oud en vertrouwd gebruik.

En mijnheer Montijn, die deze sleur heeft ingesteld door geregeld eens te komen hooren hoe het Vrouke ging toen hij toch zeker wist dat van lesgeven de eerste maanden niets komen kon, moet toch even glimlachen om de groote teederheid van dien vader. Hij komt meestal geloopen; de goede kansen om mee te rijden met den een of ander, blijken niet zoo opgeschept te liggen. Maar soms vaart hij met den motorschipper mee, die beurt-

124

Sluiten